ECLI:NL:PHR:2010:BL3969
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij diefstal van personenauto's
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een onherroepelijk vonnis van de Rechtbank Arnhem waarbij aanvrager is veroordeeld voor meerdere diefstallen van personenauto's. De herzieningsaanvraag is gebaseerd op de stelling dat de geuridentificatieproeven, die een doorslaggevende rol speelden in de bewijsvoering, niet op deugdelijke wijze zijn uitgevoerd. Uit intern onderzoek bleek dat in de periode 1997-2006 de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland regelmatig niet volgens protocol werkte, waardoor de betrouwbaarheid van de geurproeven onvoldoende is.
De Hoge Raad oordeelt dat voor twee feiten (feit 3 en feit 6) de geurproef cruciaal was en dat zonder deze proeven het beschikbare bewijsmateriaal onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen. Voor feit 4 is geen sprake van een novum. De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor de feiten 3 en 6 en wijst de aanvraag voor het overige af.
De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting, waarbij het hof het vonnis van de Rechtbank kan vernietigen en opnieuw uitspraak kan doen. Tevens kan het hof, indien het tot vrijspraak komt voor feiten 3 en 6, voor de overige feiten een passende straf opleggen. De Hoge Raad beveelt waar nodig opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Rechtbank.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor twee diefstalfeiten en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.