ECLI:NL:PHR:2010:BL3274
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht van Staat om zakelijke belangen te wegen bij weigering vervroegde aflossing Postbankleningen
De zaak betreft een geschil tussen ING Bank N.V. (voormalige Postbank) en de Staat der Nederlanden over de weigering van de Minister van Financiën om in te stemmen met vervroegde aflossing van leningen verstrekt krachtens de Postbankwet. De Postbank stelde dat de Minister zijn bevoegdheid onrechtmatig had uitgeoefend door zakelijke belangen van de Staat mee te wegen, wat neerkomt op détournement de pouvoir.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen van de Postbank af. In cassatie betoogde de Postbank dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de Minister zijn instemmingsbevoegdheid mocht uitoefenen met het oog op zakelijke belangen van de Staat. De Hoge Raad bevestigt echter dat uit de wet en parlementaire geschiedenis geen specifiek doel volgt dat de Minister beperkt in het meewegen van zakelijke belangen.
Het hof heeft terecht geoordeeld dat de Minister niet verplicht is zijn bevoegdheid uitsluitend met het oog op de continuïteit van de Postbank uit te oefenen, maar ook andere belangen, waaronder die van de Staat, mogen worden betrokken. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof. Hiermee blijft de weigering van vervroegde aflossing door de Minister in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Postbank wordt verworpen en de weigering van de Minister om in te stemmen met vervroegde aflossing blijft in stand.