ECLI:NL:PHR:2010:BL2221
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige machtiging en geneeskundige verklaring bij voortgezette inbewaringstelling psychiatrisch ziekenhuis
In deze zaak gaat het om een verzoek van de officier van justitie tot verlenging van het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een voorlopige machtiging aansluitend op een voortgezette inbewaringstelling. De rechtbank had de voorlopige machtiging verleend nadat betrokkene en haar raadsvrouwe, alsmede de behandelend psychiater, waren gehoord.
Betrokkene stelde in cassatie onder meer dat de geneeskundige verklaring niet het juiste modelformulier betrof en dat de ondertekening door de geneesheer-directeur onvoldoende duidelijk was. De Hoge Raad bevestigt dat het gebruik van een ander dan het voorgeschreven model niet aan verlening in de weg staat, mits de verklaring de noodzakelijke gegevens bevat. De rechtbank had terecht geoordeeld dat dit het geval was.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat de verschillen in ondertekening van de geneeskundige verklaring, waarbij de geneesheer-directeur de verklaring op een later tijdstip op een nieuw blad had ondertekend, geen reden geven om te twijfelen aan diens instemming met de inhoud. Omdat dit punt niet in de procedure bij de rechtbank was aangevoerd, behoefde de rechtbank geen nadere motivering te geven. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorlopige machtiging wordt bevestigd.