1 Hoge Raad 20 september 1995, nr. 30567, LJN AA3102, BNB 1995/315.
2 Hof Amsterdam 31 januari 2000, nr. P96/1328, LJN AA7767, Belastingblad 2000/375.
3 Hoge Raad 12 oktober 2001, nr. 36013, niet gepubliceerd.
4 Hof Den Haag 11 december 2002, nr. BK-01/02968, niet gepubliceerd.
5 Hoge Raad 2 december 2005, nr. 39274, niet gepubliceerd.
6 De Hoge Raad heeft in dat verband verwezen naar zijn arrest van 10 december 2004, nr. 37041, LJN AF7514, BNB 2005/104 waarin in die zin is overwogen. Vergelijkbare overwegingen zijn te vinden in een aantal andere door de Hoge Raad op 10 december 2004 gewezen arresten: Hoge Raad 10 december 2004, nr. 36776, LJN AF7505, BNB 2005/102; Hoge Raad 10 december 2004, nr. 36804, LJN AF7508, BNB 2005/103; Hoge Raad 10 december 2004, nr. 36805, LJN AF7510, NTFR 2004/1888; Hoge Raad 10 december 2004, nrs. 38291 en 38292, LJN AF7523, NTFR 2004/1889 en Hoge Raad 10 december 2004, nr. 39178, LJN AR7336, V-N 2005/7.27.
7 De in deze conclusie vermelde citaten zijn zonder daarin voorkomende voetnoten opgenomen.
8 Hoge Raad 2 december 2005, nr. 39274, niet gepubliceerd.
9 Hoge Raad 10 december 2004, nr. 36776, LJN AF7505, BNB 2005/102 (noot toegevoegd, RIJ).
10 Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221 (noot toegevoegd, RIJ).
11 Bedoeld wordt de Rioleringsnotitie 'Naar een in het milieubeheer functioneel inzamel- en transportsysteem' van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Kamerstukken II 1991/92, 19 826, nr. 18 (noot toegevoegd, RIJ).
12 Bedoeld wordt de 'Nota verwerking baggerspecie in Amsterdam 1995-2015' van de Gemeente en het rapport 'Milieu - aspekten met betrekking tot de berging van baggerspecie uit de Amsterdamse grachten' van het waterloopkundig laboratorium te Delft (noot toegevoegd, RIJ).
13 Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221.
14 Hof Den Haag heeft in 3.3. en 3.4 het volgende overwogen:
'3.3. De grachten en kanalen in Amsterdam, die deel uitmaken van het rioolstelsel, worden van gemeentewege diep gehouden door middel van baggerwerkzaamheden. De totale hiermee gemoeide baggerkosten zijn voor 1992 geraamd op f 9 445 340. Het baggeren bevordert de kwaliteit van het water en maakt een goede beheersing van de waterkwantiteit mogelijk; aldus is het baggeren van nut voor het scheepvaartverkeer. De verontreiniging van het uit de kanalen en grachten gebaggerde slib vindt voornamelijk plaats via het van buiten de stad aangevoerde boezemwater en slechts voor een klein deel via de lozingen uit woonboten (2500 - 3000 stuks) op het water. Voorts is het slib verontreinigd als gevolg van lozingen op het water welke tot 1985 vanuit woningen in de binnenstad plaatsvonden.
3.4. In het verleden is door de gemeente Amsterdam ter controle van de grondwaterstanden een meetnet aangelegd, bestaande uit een groot aantal poreuze peilfilterbuizen die op verschillende plaatsen in de stad in de bodem langs het rioolstelsel zijn geplaatst. Door middel van de peilfilterbuizen worden met een vaste frequentie de grondwaterstanden gemeten. De hiermee gemoeide kosten, die voor het jaar 1992 zijn geraamd op f 838 330, hebben met name betrekking op de - handmatig te verrichten - metingen en slechts voor een gering deel op (de plaatsing van) de peilfilterbuizen.' (noot toegevoegd, RIJ).
15 Gedoeld wordt op het inbrengen in de procedure die heeft geleid tot Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221 van de Rioleringsnotitie 'Naar een in het milieubeheer functioneel inzamel- en transportsysteem' van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Kamerstukken II 1991/92, 19 826, nr. 18, de 'Nota verwerking baggerspecie in Amsterdam 1995-2015' van de Gemeente en het rapport 'Milieu - aspekten met betrekking tot de berging van baggerspecie uit de Amsterdamse grachten' van het waterloopkundig laboratorium te Delft. Volgens de Inspecteur zijn deze stukken niet ingebracht in de procedure die heeft geleid tot HR BNB 1999/221 (noot toegevoegd, RIJ).
16 Ik merk op dat de passage 'omdat zij nagenoeg geheel andere doeleinden dienen' niet zo voorkomt in het arrest van de Hoge Raad van 2 december 2005, nr. 39274, niet gepubliceerd (noot toegevoegd, RIJ).
17 Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221 (noot toegevoegd, RIJ).
18 Hof Den Haag 18 juni 1997, nr. 96/2571, LJN AA4146, Belastingblad 1998/43 (noot toegevoegd, RIJ).
19 Hof Den Bosch 26 augustus 2005, nr. 02/4394. Deze uitspraak is niet gepubliceerd en behoort ook niet tot de processtukken (noot toegevoegd, RIJ).
20 Hof Den Haag 18 juni 1997, nr. 96/2571, LJN AA4146, Belastingblad 1998/43 (noot toegevoegd, RIJ).
21 Hof Den Bosch 21 juni 2005, nr. 00/01167, LJN AU2483, Belastingblad 2005/1270 (noot toegevoegd, RIJ).
22 Bedoeld wordt Hof Den Haag 18 juni 1997, nr. 96/2571, LJN AA4146, Belastingblad 1998/43 (noot toegevoegd, RIJ).
23 Hof Den Haag 18 juni 1997, nr. 96/2571, LJN AA4146, Belastingblad 1998/43 (noot toegevoegd, RIJ).
24 Hoge Raad 24 september 2004, nr. 36874, LJN AF 7511, BNB 2004/399 (noot toegevoegd, RIJ).
25 Bedoeld wordt Hof Amsterdam 23 januari 2003, nrs. 00/03746, 00/03747, 00/03749, 000164 en 01/00881, LJN AF6355, Belastingblad 2003/578.
26 Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221 (noot toegevoegd, RIJ).
27 De onderhavige procedure ziet niet op 1994 maar op 1993 (noot toegevoegd, RIJ).
28 Hof Arnhem 10 december 2007, nr. 05/00391, LJN BC0240, NTFR 2007/2306.
29 Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221 (noot toegevoegd, RIJ).
30 Hoge Raad 9 augustus 1996, nr. 30588, LJN AA1872, BNB 1996/318 (noot toegevoegd, RIJ).
31 Hoge Raad 12 februari 1997, nr. 31916, LJN AA2073, BNB 1997/119 (noot toegevoegd, RIJ).
32 Hof Den Haag 18 juni 1997, nr. 96/2571, LJN AA4146, Belastingblad 1998/43 (noot toegevoegd, RIJ).
33 Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221 (noot toegevoegd, RIJ).
34 Hof Den Haag 18 juni 1997, nr. 96/2571, LJN AA4146, Belastingblad 1998/43 (noot toegevoegd, RIJ).
35 Bedoeld wordt het cassatieberoep dat heeft geleid tot Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221 (noot toegevoegd, RIJ).
36 Bedoeld wordt kosten van onderzoeken naar grondwaterstanden, zo blijkt uit vervolg 7 van de pleitnota van de Gemeente (noot toegevoegd, RIJ).
37 Hoge Raad 25 maart 1981, nr. 20415, BNB 1981/173 (noot toegevoegd, RIJ).
38 Hoge Raad 9 september 1987, nr. 24155, BNB 1987/296 (noot toegevoegd, RIJ).
39 Hoge Raad 12 februari 1997, nr. 31916, LJN AA2073, BNB 1997/119 (noot toegevoegd, RIJ).
40 Bedoeld wordt de Rioleringsnotitie 'Naar een in het milieubeheer functioneel inzamel- en transportsysteem' van de Minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer, Kamerstukken II 1991/92, 19 826, nr. 18 (noot toegevoegd, RIJ).
41 Bedoeld wordt het rapport 'Milieu - aspekten met betrekking tot de berging van baggerspecie uit de Amsterdamse grachten' van het waterloopkundig laboratorium te Delft (noot toegevoegd, RIJ).
42 Bedoeld wordt het rapport 'Milieu - aspekten met betrekking tot de berging van baggerspecie uit de Amsterdamse grachten' van het waterloopkundig laboratorium te Delft (noot toegevoegd, RIJ).
43 Bedoeld wordt het rapport 'Milieu - aspekten met betrekking tot de berging van baggerspecie uit de Amsterdamse grachten' van het waterloopkundig laboratorium te Delft (noot toegevoegd, RIJ).
44 Hof Amsterdam 31 januari 2000, nr. P96/1328, LJN AA7767, Belastingblad 2000/375.
45 Hoge Raad 12 oktober 2001, nr. 36013, niet gepubliceerd.
46 Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221 (noot toegevoegd, RIJ).
47 Hof Den Haag 11 december 2002, nr. BK-01/02968, niet gepubliceerd.
48 Kamerstukken II 2005/06, 30 578, nr. 3, blz. 24.
49 Hoge Raad 9 augustus 1996, nr. 30588, LJN AA1872, BNB 1996/318.
50 Bedoeld zal zijn 'werken' (noot toegevoegd, RIJ)
51 Hoge Raad 12 februari 1997, nr. 31916, LJN AA2073, BNB 1997/119.
52 Hoge Raad 9 augustus 1996, nr. 30588, LJN AA1872, BNB 1996/318.
53 Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221.
54 Hof Den Haag heeft onder 3.3. en 3.4 het volgende overwogen:
'3.3. De grachten en kanalen in Amsterdam, die deel uitmaken van het rioolstelsel, worden van gemeentewege diep gehouden door middel van baggerwerkzaamheden. De totale hiermee gemoeide baggerkosten zijn voor 1992 geraamd op f 9 445 340. Het baggeren bevordert de kwaliteit van het water en maakt een goede beheersing van de waterkwantiteit mogelijk; aldus is het baggeren van nut voor het scheepvaartverkeer. De verontreiniging van het uit de kanalen en grachten gebaggerde slib vindt voornamelijk plaats via het van buiten de stad aangevoerde boezemwater en slechts voor een klein deel via de lozingen uit woonboten (2500 - 3000 stuks) op het water. Voorts is het slib verontreinigd als gevolg van lozingen op het water welke tot 1985 vanuit woningen in de binnenstad plaatsvonden.
3.4. In het verleden is door de gemeente Amsterdam ter controle van de grondwaterstanden een meetnet aangelegd, bestaande uit een groot aantal poreuze peilfilterbuizen die op verschillende plaatsen in de stad in de bodem langs het rioolstelsel zijn geplaatst. Door middel van de peilfilterbuizen worden met een vaste frequentie de grondwaterstanden gemeten. De hiermee gemoeide kosten, die voor het jaar 1992 zijn geraamd op f 838 330, hebben met name betrekking op de - handmatig te verrichten - metingen en slechts voor een gering deel op (de plaatsing van) de peilfilterbuizen.' (noot toegevoegd, RIJ).
55 Hoge Raad 24 september 2004, nr. 36874, LJN AF7511, BNB 2004/399.
56 Hof Amsterdam 24 januari 2003, nrs. 00/03746, 00/03747, 00/03748, 00/03749, 01/00164 en 01/00881, LJN AF6355, Belastingblad 2003/578.
57 M.P. van der Burg e.a., Compendium gemeentelijke belastingen en de Wet WOZ, Deventer: Kluwer 2009, blz. 462.
58 Handreiking Kostentoerekening leges en tarieven, Juli 2007, Deloitte Belastingadviseurs B.V., Adviesgroep WOZ en lokale heffingen, Zwolle, Deloitte Consulting BV, in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, te vinden op de website van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten:
http://www.vng.nl/Documenten/Extranet/Marz/BEL/Leges/handreikingkostentoerekeninglegesentarieven.pdf.
59 Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221 (noot toegevoegd, RIJ).
60 In artikel 15b, lid 1, aanhef en onder s, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt de term 'geheel of nagenoeg geheel' gebruikt. Deze term betekent volgens de Staatssecretaris '90% of meer'. Zie onderdeel 3.8.1. van het Besluit van 20 februari 2009, nr. CPP2009/78M, Stcrt. 2009, 48, BNB 2009/125.
61 In artikel 11, lid 1, aanhef en onder a 2° en in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onderdeel 5, van de Wet op de omzetbelasting 1968 wordt de term 'volledig of nagenoeg volledig' gebruikt. Deze term betekent 'voor 90% of meer'; Kamerstukken II 1994/95, 24 172, nr. 3, blz. 34.
62 In artikel 15, lid 4, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer wordt de term 'niet of niet nagenoeg geheel' gebruikt. Deze term betekent 'voor minder dan 90%'; Kamerstukken II 1994/95, 24 172, nr. 3. blz. 35.
63 Vgl. het rapport van Deloitte Belastingadviseurs B.V.; onderdeel 5.12 van deze conclusie.
64 Hoge Raad 31 maart 1999, nr. 33427, LJN AA2720, BNB 1999/221.
65 Hoge Raad 8 juli 1996, nr. 30959, LJN AA1976, BNB 1996/266.
66 Hoge Raad 28 februari 2001, nr. 35851, LJN AB0277, BNB 2001/179.
67 Hoge Raad 23 februari 2007, nr. 42624, LJN AY8543, BNB 2007/283.
68 Hoge Raad 16 maart 2007, nr. 42905, LJN BA0721, BNB 2007/222.
69 Hoge Raad 2 oktober 2009, 07/13111, LJN BJ9094, BNB 2009/298.
70 M.W.C. Feteris, Formeel belastingrecht, Deventer: Kluwer 2007, blz. 472-473.
71 Zie voor de vergelijkbare benadering onder oud recht: P. Meyjes e.a., Fiscaal procesrecht, Deventer: Kluwer 1997, blz. 182-184, blz. 186 en blz. 254-255, alsmede M.W.C. Feteris t.a.p., blz. 471-472 (noot toegevoegd, RIJ).
72 Ch.J. Langereis & I. de Roos, Hoofdlijnen fiscaal procesrecht, Deventer: Kluwer 2006, blz. 194-195.
73 Hoge Raad 3 februari 2006, nr. 41814, LJN AV0826, BNB 2006/205.
74 Het Hof heeft mijns inziens ten onrechte overwogen dat de Inspecteur zich eerst na wisseling van de conclusies na de tweede cassatie en verwijzing, heeft laten vertegenwoordigen door een externe gemachtigde; zie r.o. 4.1 van de Hofuitspraak, opgenomen in onderdeel 2.19 van deze conclusie, alsmede onderdeel 4.8. Dat doet evenwel niet af aan het oordeel van het Hof inzake de tardiefverklaring.
75 Regeling van 26 maart 2002, Stcrt. 2002, 60, p. 28
76 Regeling van 12 oktober 2005, Stcrt. 2005, 198, p.45.
77 P. Meyjes e.a. t.a.p., blz. 53-54.
78 P. Meyjes e.a. t.a.p., blz. 61-62.
79 P. Meyjes e.a., Fiscaal procesrecht, Deventer: Kluwer 1997, blz. 172-173.
80 M.W.C. Feteris t.a.p., blz. 450.