ECLI:NL:PHR:2010:BL0589
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens verstrijken geldigheid ondertoezichtstelling minderjarige
In deze zaak betreft het een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige jongen, die sinds 31 december 2001 onder toezicht staat van het Bureau Jeugdzorg. De ouders zijn gescheiden en de moeder heeft sinds 2004 het eenhoofdig gezag. De rechtbank 's-Hertogenbosch verlengde bij beschikking van 22 december 2008 de ondertoezichtstelling met ingang van 30 december 2008 voor de duur van één jaar, waarbij de vader niet als belanghebbende werd aangemerkt.
De vader ging in hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch, stellende dat hij ten onrechte niet als belanghebbende was erkend en dat de ondertoezichtstelling onterecht voor een jaar was verlengd. Hij verzocht vernietiging van de beschikking en erkenning als belanghebbende met de bijbehorende rechten en plichten. Het hof verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep omdat hij niet als belanghebbende kon worden aangemerkt.
De vader kwam tijdig in cassatie bij de Hoge Raad, terwijl het Bureau Jeugdzorg geen verweerschrift indiende. De geldigheidsduur van de ondertoezichtstelling was echter op 30 december 2009 verstreken. Hierdoor had de vader geen belang meer bij zijn cassatieberoep, wat leidde tot de conclusie dat hij niet-ontvankelijk moest worden verklaard in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het verstrijken van de geldigheid van de ondertoezichtstelling.