ECLI:NL:PHR:2010:BK9229

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03170
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 lid 1 SvArt. 588 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding in hoger beroep wegens onjuiste betekening

Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens bedreiging met zware mishandeling. De dagvaarding in hoger beroep werd op een adres betekend waar verdachte niet meer woonde, terwijl de GBA aangaf dat verdachte op een ander adres was ingeschreven. Hierdoor is de dagvaarding niet op de wettelijk voorgeschreven wijze betekend.

De dagvaarding werd eerst aangeboden op het oude adres, waar niemand werd aangetroffen. Vervolgens is de dagvaarding uitgereikt aan de griffier van de rechtbank, omdat verdachte volgens de basisadministratie persoonsgegevens (GBA) op dat adres stond ingeschreven. Echter, later bleek uit een GBA-overzicht dat verdachte sinds 8 januari 2007 op een ander adres woonde.

De Hoge Raad oordeelt dat de dagvaarding in hoger beroep nietig is wegens strijd met art. 588 Sv Pro. Het oordeel van het hof dat de betekening geldig was, wordt verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de dagvaarding nietig.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste betekening en vernietigt het arrest van het hof.

Conclusie

Nr. 08/03170
Mr. Vellinga
Zitting: 12 januari 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens "bedreiging met zware mishandeling" veroordeeld tot een geldboete van € 300,- subsidiair zes dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week met een proeftijd van twee jaren.
2. Namens verdachte heeft mr. G.M. van der Ent, advocaat te Rotterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel betoogt - kort gezegd - dat de dagvaarding in hoger beroep niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend.
4. De dagvaarding in hoger beroep voor de terechtzitting van 24 april 2007 is blijkens een kopie van de akte van uitreiking op 14 februari 2007 aangeboden op het adres [a-straat 1] te [plaats], maar aldaar niet uitgereikt omdat op het voornoemde adres niemand werd aangetroffen. Ter plaatse is een bericht van aankomst achtergelaten, waarin is vermeld dat de gerechtelijke brief binnen een in dat bericht gestelde termijn kan worden afgehaald op het daarin genoemde (post)kantoor of politiebureau. Op 22 februari 2007 is de dagvaarding teruggezonden aan de afzender. De dagvaarding is op 1 maart 2007 uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank te 's-Gravenhage omdat "de geadresseerde, blijkens de aan deze akte gehechte mededeling van de afdeling bevolking van diens woongemeente, op de dag van aanbieding van de gerechtelijke brief en tenminste vijf dagen nadien als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens op het op deze akte vermelde adres was ingeschreven." Het aan de (kopie van de) akte gehechte uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie van 1 maart 2007 vermeldt als het huidige GBA-adres van de verdachte sinds 16 oktober 2002 het adres [a-straat 1] te [plaats]. Blijkens de akte is op 1 maart 2007 een afschrift van de gerechtelijke brief verzonden naar voornoemd adres.
5. De verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep niet verschenen. Het Hof heeft de verdachte op 8 mei 2007 bij verstek veroordeeld.
6. In de toelichting op het middel wordt - kort gezegd -, onder verwijzing naar een GBA-overzicht gedateerd 29 juni 2007, gesteld dat de verdachte met ingang van 8 januari 2007 op het adres [b-straat 1] te [plaats] woonachtig is en dat de dagvaarding in hoger beroep aldus niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan het GBA-adres van de verdachte betekend is.
7. Uit het onderzoek naar de naleving van het bepaalde in art. 435 lid 1 Sv Pro komt naar voren dat de verdachte volgens een GBA-overzicht van 22 juli 2008 met ingang van 8 januari 2007 ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [b-straat 1] te [plaats]. Daaruit volgt dat de dagvaarding in hoger beroep niet is betekend in overeenstemming met het bepaalde in art. 588 Sv Pro zodat de dagvaarding in hoger beroep nietig is. Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend, is dan ook onjuist.(1)
8. Het middel slaagt.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie onder meer HR 5 december 2000, 00732/99 (niet gepubliceerd), HR 9 juli 2002, 01682/01 (niet gepubliceerd) en HR 20 februari 2007, LJN AZ5709.