ECLI:NL:PHR:2010:BK9173
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep schuldsaneringsregeling wegens ontbreken beroepsgronden
Bij vonnis van de rechtbank Arnhem werd het verzoek van de verzoeker tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen. Het gerechtshof Arnhem verklaarde het hoger beroep van verzoeker niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift geen inhoudelijke beroepsgronden bevatte en er geen sprake was van uitzonderlijke omstandigheden die dit konden rechtvaardigen.
Verzoeker stelde dat het beroepschrift wel degelijk tijdig en toereikend was ingediend en voerde subsidiair aan dat er sprake was van uitzonderlijke omstandigheden, zoals een korte appeltermijn en het ontbreken van tolken en vertaaldiensten. Het hof verwierp deze klachten omdat het beroepschrift niet met redenen was omkleed en de aangevoerde uitzonderlijke omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het beroepschrift niet voldeed aan de eisen van artikel 278 lid 1 en Pro 359 Rv en dat het beroep derhalve niet-ontvankelijk was. Ook het beroep op schending van de artikelen 6, 13 en 14 EVRM werd verworpen omdat het hof in een andere zaak abusievelijk tot een inhoudelijke beoordeling was gekomen, maar dit niet tot gevolg had dat in deze zaak de wettelijke vereisten konden worden genegeerd.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was dan ook dat het beroep verworpen dient te worden, met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen wegens het ontbreken van gemotiveerde beroepsgronden en de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.