ECLI:NL:PHR:2010:BK9150
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen toewijzing van verzoek tot machtiging voortgezet verblijf na afloop geldigheidsduur eerdere machtiging
In deze zaak stond de vraag centraal of een verzoek tot verlening van een voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis kan worden toegewezen indien dit verzoek pas is ingediend nadat de geldigheidsduur van de lopende machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling was verstreken. De rechtbank had een voorlopige machtiging verleend voor zes maanden, ondanks dat het verzoekschrift pas een dag na afloop van de vorige machtiging was ingediend.
De Hoge Raad overwoog dat het verblijf tussen het einde van de geldigheidsduur van de eerdere machtiging en de datum van het nieuwe verzoek als vrijwillig verblijf moet worden beschouwd, tenzij de betrokkene blijk geeft van de nodige bereidheid tot verblijf. In dit geval had de rechtbank vastgesteld dat betrokkene onvoldoende bereidheid toonde, waardoor het verblijf niet als vrijwillig kon worden aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigde dat het door wettelijke termijnen beschermde belang van de betrokkene eraan in de weg staat dat een machtiging wordt verleend voor een langere duur dan zes maanden, gerekend vanaf de datum waarop de vorige machtiging eindigde. De beschikking tot verlening van de voorlopige machtiging werd daarom vernietigd en de geldigheidsduur van de machtiging werd beperkt tot 10 maart 2010, zes maanden na het einde van de vorige machtiging.
Daarnaast werd het belang van de juiste geneeskundige verklaring besproken. Hoewel aanvankelijk een onjuist model was gebruikt, was de verklaring uiteindelijk ondertekend door de juiste geneesheer-directeur, wat voldoende was voor de rechtbank. Klachten over de ondertekening en motivering faalden, mede omdat er in de procedure geen verweer was gevoerd.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige indiening van verzoeken tot machtiging en het waarborgen van de rechten van de betrokkene bij vrijheidsbeneming in psychiatrische ziekenhuizen.
Uitkomst: De voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf wordt vernietigd voor zover deze is verleend voor zes maanden vanaf 24 september 2009 en beperkt tot 10 maart 2010.