ECLI:NL:PHR:2010:BK8101
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bezoekregeling en omgangsbeperking voor verstandelijk beperkte ouders en hun uit huis geplaatste kind
Deze zaak betreft het verzoek van een moeder tot intrekking van een bezoekregeling en tot vaststelling van een ruimere omgangsregeling met haar uit huis geplaatste zoon, die onder toezicht is gesteld en in een pleeggezin woont. De moeder en vader zijn beiden verstandelijk beperkt en hebben gezamenlijk gezag over het kind.
De rechtbank en het hof hebben de verzoeken van de moeder afgewezen. Het hof baseerde zich op een psychodiagnostisch rapport van het Ambulatorium dat concludeerde dat het kind een grote behoefte heeft aan voorspelbaarheid en een gestructureerde opvoedingssituatie. Uitbreiding van de bezoekregeling zou leiden tot onrust en verwarring, wat nadelig is voor de hechtingsontwikkeling van het kind.
De moeder voerde in cassatie aan dat het rapport onvoldoende deskundig was en dat het hof ten onrechte het noodzakelijke karakter van de beperking niet had gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet ontvankelijk zijn omdat zij niet ter zitting waren ingebracht. Bovendien is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk gemotiveerd en is het belang van het kind bij rust en regelmaat terecht meegewogen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de handhaving van de bezoekregeling van eenmaal per vier weken gedurende één uur, met pedagogische begeleiding en beperking van het aantal aanwezigen tijdens het bezoek.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bezoekregeling van eenmaal per vier weken gedurende één uur wordt gehandhaafd.