ECLI:NL:PHR:2010:BK6920

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12088
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 6 EVRMArt. 180 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs ontzegging rijbevoegdheid en besturen motorrijtuig

Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het besturen van een motorrijtuig terwijl hem de bevoegdheid daartoe bij rechterlijke uitspraak was ontzegd. Het hof legde een werkstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf en subsidiair hechtenis op.

De bewezenverklaring steunde op diverse schriftelijke bescheiden en proces-verbalen, waaronder vonnissen, kennisgevingen van ontzegging rijbevoegdheid en verklaringen van verbalisanten die het rijden van verdachte op de weg vaststelden.

Verdediging stelde cassatiemiddel in dat het bewijs ontoereikend was om vast te stellen dat verdachte wist van de ontzegging en dat het rijden op de openbare weg plaatsvond. De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte op het moment van het feit wist van de ontzegging, noch dat het rijden op de Niersstraat, een openbare weg, plaatsvond.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het onder B bewezenverklaarde betreft en wees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Tevens werd opgemerkt dat het recht van verdachte op een redelijke termijn in de cassatiefase was geschonden, hetgeen gevolgen kan hebben voor de strafoplegging.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Conclusie

Nr. 07/12088
Mr. Vellinga
Zitting: 15 december 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens A. en B. "overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.
2. Namens verdachte heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het bewezenverklaarde onder B voor zover inhoudend dat verdachte wist dat hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, en dat het feit plaatsvond op de openbare weg, te weten de Nierstraat, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan blijken, althans dat de bewezenverklaring in zoverre ontoereikend is gemotiveerd.
4. Ten laste van verdachte is onder B bewezenverklaard dat hij:
"Op 4 juli 2006 te Amsterdam terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Niersstraat, een motorrijtuig (personenauto) heeft bestuurd."
5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
"1. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van een aantekening mondeling vonnis, houdende de uitspraak van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 april 2004 (parketnummer 13-060532-04), gegeven in de zaak tegen de verdachte (tegenspraak, met machtiging), bij welke uitspraak aan verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd voor de duur van 9 maanden.
2.Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal (no. P. 04142/2005) d.d. 5 april 2005, met bijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 1], wachtmeester Ie klasse der Koninklijke Marechaussee, District Schiphol, Brigade Grensbewaking Terminal.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de voornoemde verbalisant:
Op 5 april 2005 heb ik aan [verdachte], geboren te Amsterdam op [geboortedatum] 1971, wonende [woonplaats], medegedeeld dat hij op 22 april 2004 is veroordeeld tot een middels fotokopie bijgevoegde straf.
De bijlagen bij dit proces-verbaal houden in achtereenvolgens en zakelijk weergegeven:
- een akte van uitreiking (mededeling van een onherroepelijk vonnis, arrest of uitspraak), houdende de bevestiging van een een uitreiking door evengenoemde [verbalisant 1] op 5 april 2005 aan evengenoemde [verdachte], onder vermelding van gegevens van een ten name van [verdachte] gesteld Nederlands paspoort en getekend door [verbalisant 1] en [verdachte].
- Een op 18 februari 2005 gedateerde kennisgeving ontzegging rijbevoegdheid (parketnummer 13- 060532) van de officier van justitie aan [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats].
3. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van een aantekening mondeling vonnis, houdende de uitspraak van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 juli 2003 (parketnummer 13-701790-00), gegeven in de zaak tegen de verdachte (verstek), bij welke uitspraak aan verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd voor de duur van 6 maanden.
4. Een schriftelijk bescheid, te weten een akte van uitreiking (parketnummer 13-701790-00), houdende de uitreiking van het hiervoor onder 5. bedoelde vonnis op 25 september 2003 en van een op 6 september 2003 gedateerde kennisgeving ingang ontzegging rijbevoegdheid (parketnummer 13-701790-00) van de officier van justitie aan [verdachte], aan [betrokkene 1], die bij die gelegenheid aan [betrokkene 2], postkantoormanager te Amsterdam ([a-straat 1] aldaar) een op 19 september 2003 op [adres] bezorgd afhaalbericht, voorzien van een schriftelijke machtiging door [verdachte] aan evengenoemde [betrokkene 1], welke machtiging strekt tot de in ontvangstneming van dat vonnis van 25 september 2003.
5. Een proces-verbaal met nummer 28-08-2005-1040-000441, d.d. 28 september 2005, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 2], hoofdagent van het Korps Landelijke Politiediensten, unit Ouder-Amstel. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant voornoemd:
Ik zag/constateerde, dat een persoon die wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op een weg een motorrijtuig bestuurde, waarvoor een rijbewijs vereist was.
Datum: 28 augustus 2005
Plaats: Amsterdam
Locatie: de Rijksweg A4
Voertuig: personenauto
De verdachte gaf mij op te zijn:
Naam: [verdachte]
Voorletters: [voorletters]
Voornamen: [voornamen verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum]-1971
6. Een proces-verbaal met nummer 2006172364-1, d.d. 4 juli 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 3 t/m 6], Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisanten [verbalisant 3 en 4]:
Betrokken:Personenauto Opel Astra [AA-00-BB]
Tussen dinsdag 4 juli 2006 te 12.05 uur en dinsdag 4 juli 2006 te 12.10 uur stelden wij, [verbalisant 3 en 4], aspiranten van politie, dienstdoende bij Wijkteam Rivierenbuurt, een onderzoek in. Naar aanleiding hiervan verklaren wij het volgende:
Verdachte
Naam: [verdachte]
Voornamen: [voornamen verdachte]
Geboren op: [geboortedatum]-1971
Op voornoemde datum bevonden wij, 1e en 2e verbalisant ons op de te Amsterdam.
Wij, 1e en 2e verbalisant hebben de personalia van de man overgenomen. Nadat 1e verbalisant het paspoort aan de man had teruggegeven stapte hij in de auto in de auto en reed weg. Bij nader onderzoek aan het politiebureau Rivierenbuurt, bleek dat hij geen bevoegdheid had tot het besturen van een motorrijtuig tot 09/02/2007."
6. Het middel klaagt ten aanzien van het bewezenverklaarde onder B terecht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen, zoals is bewezenverklaard, dat verdachte ten tijde van dat bewezenverklaarde feit wist dat hem op dat moment de bevoegdheid tot het besturen van een motorrijtuig was ontzegd. De inhoud van de kennisgeving ingang ontzegging rijbevoegdheid ontbreekt immers (vgl. art. 180 leden Pro 2 en 3 WVW1994). Evenmin kan uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid dat dat bewezenverklaarde feit plaatsvond op de (openbare) weg, de Nierstraat.
7. Het middel slaagt.
8. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Wel merk ik op dat de Hoge Raad geen uitspraak zal doen binnen twee jaar nadat op 14 september 2007 cassatieberoep werd ingesteld, zodat verdachtes recht op een behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase is geschonden. Indien de Hoge Raad de strekking van deze conclusie volgt zal de rechter naar wie de zaak wordt verwezen of teruggewezen dienen te beoordelen of dit gevolgen voor de strafoplegging dient te hebben, en zo ja, welke.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft het onder B bewezenverklaarde en de opgelegde straffen en in zoverre tot terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG