ECLI:NL:PHR:2010:BK6673
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen immuniteit bij arbeidsgeschil met ambassadepersoneel
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen [verweerster], een secretaresse bij de ambassade van het Koninkrijk Marokko in Den Haag, en het Koninkrijk Marokko als werkgever. [Verweerster] trad in 2001 in dienst en woonde toen reeds in Nederland met een geldige verblijfsvergunning. Zij verkreeg later ook de Nederlandse nationaliteit. Na ziekte en ontslag vorderde zij loonbetaling van het Koninkrijk Marokko.
Het Koninkrijk Marokko beriep zich op immuniteit van jurisdictie, stellende dat de arbeidsovereenkomst een overheidshandeling betrof en dat [verweerster] een essentiële diplomatieke functie vervulde. De rechtbank en het gerechtshof verwierpen dit beroep, oordelend dat de arbeidsovereenkomst een privaatrechtelijke overeenkomst betrof en dat de werkzaamheden van [verweerster] geen diplomatiek karakter hadden.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en stelt dat de immuniteit van jurisdictie niet geldt indien de werknemer zijn gewone verblijfplaats in de forumstaat heeft, ook al bezit hij de nationaliteit van de werkgeverstaat. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de aard van de werkzaamheden van [verweerster] niet valt onder de essentiële publiekrechtelijke taken die immuniteit rechtvaardigen. Het beroep op immuniteit wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het beroep op immuniteit van jurisdictie door het Koninkrijk Marokko wordt verworpen, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd is het arbeidsgeschil te behandelen.