ECLI:NL:PHR:2010:BK6031
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen toepassing EG-verdragsvrijheden op dividenduitkeringen tussen Nederland en Nederlandse Antillen
De zaak betreft een geschil over de inhouding van Nederlandse dividendbelasting op dividenduitkeringen door een in Nederland gevestigde dochtervennootschap aan een moedervennootschap gevestigd op de Nederlandse Antillen. De belanghebbende stelde dat deze heffing in strijd is met het vrije kapitaalverkeer zoals vastgelegd in artikel 56 EG Pro-Verdrag en het LGO-Besluit van de Raad van de Europese Gemeenschap.
De Rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat de Nederlandse Antillen voor de toepassing van het EG-Verdrag niet als derde land kunnen worden aangemerkt, maar dat de verhouding tussen Nederland en de Nederlandse Antillen een interne situatie betreft. De vrijheden van het EG-Verdrag, waaronder het vrije kapitaalverkeer, zijn daarom niet van toepassing op deze dividenduitkeringen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat het LGO-Besluit en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (HvJ EG) duidelijk maken dat de EG-verdragsvrijheden niet automatisch gelden voor de LGO, tenzij uitdrukkelijk van toepassing verklaard. De Nederlandse Antillen worden in dit verband niet als derde land beschouwd, en de vrijheden van het EG-Verdrag zijn niet van toepassing op interne verhoudingen binnen het Koninkrijk.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad de verhouding tussen de vrijheden van vestiging en kapitaalverkeer in derdelandensituaties en concludeert dat bij meerderheidsbelangen de vestigingsvrijheid overheerst en het kapitaalverkeer niet zelfstandig bescherming biedt. Hierdoor kan geen beroep worden gedaan op artikel 56 EG Pro-Verdrag in deze casus.
Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het incidentele beroep van de Staatssecretaris wordt buiten behandeling gelaten, waarmee de inhouding van dividendbelasting op de dividenduitkeringen tussen Nederland en de Nederlandse Antillen wordt bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de inhouding van dividendbelasting op dividenduitkeringen tussen Nederland en de Nederlandse Antillen blijft gehandhaafd.