ECLI:NL:PHR:2010:BK5013
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen arrest pachtkamer wegens cassatieverbod Pachtwet
In deze zaak gaat het om een geschil tussen eiser en verweerder over het gebruik van een ligboxenstal en de toepassing van de Pachtwet. Eiser vorderde vastlegging van een pachtovereenkomst en betaling van pachtprijs, terwijl verweerder een verbod tot gebruik en ontruiming vorderde. De kantonrechter wees de vordering van eiser af en het Gerechtshof Arnhem bekrachtigde dit oordeel.
Eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar verweerder betoogde dat dit beroep niet-ontvankelijk was wegens het cassatieverbod in art. 134 van Pro de oude Pachtwet. De Hoge Raad bevestigt dat dit cassatieverbod geldt voor procedures die vóór 1 september 2007 zijn begonnen en dat het hof terecht toepassing heeft gegeven aan de Pachtwet.
De Hoge Raad overweegt dat de zogenaamde doorbrekingsleer, waarbij cassatie toch mogelijk zou zijn indien de rechter de toepasselijkheid van de wet ten onrechte buiten toepassing laat of juist toepast, hier niet van toepassing is. Dit omdat het cassatieverbod in de Pachtwet niet bedoeld is voor een beperkte en eenvoudige rechtsgang, maar om de concentratie van appel bij een gespecialiseerde rechter en de waarborging van rechtseenheid en rechtsontwikkeling.
Daarom is het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De zaak benadrukt de bijzondere rechtsbescherming en het rechtsmiddelenverbod in het oude pachtrecht en bevestigt dat dit verbod strikt moet worden toegepast zonder uitzonderingen op grond van doorbrekingsgronden.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het cassatieverbod in art. 134 Pachtwet.