ECLI:NL:PHR:2010:BK4470
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betaling aan factormaatschappij na faillissement agent en toepassing artikel 3:36 BW
In deze zaak gaat het om een geschil tussen Nova, een onderwijsinstelling, en IFN, een factormaatschappij. Nova betaalde facturen die zij van IJW ontving, een agent die goederen van Aries leverde. Later bleek IJW failliet en betwistte Nova de rechtmatigheid van betalingen aan IFN, die het debiteurenbeheer voor IJW verzorgde.
De rechtbank wees de vordering van Nova af, maar het hof kende gedeeltelijk gelijk en oordeelde dat betalingen aan IFN voor drie facturen onverschuldigd waren omdat IFN geen pandrecht had op die vorderingen. IFN voerde aan dat zij als gevolmachtigde handelde en zich kon beroepen op artikel 3:36 BW Pro, dat bescherming biedt aan derden die te goeder trouw zijn.
De Hoge Raad bevestigde dat IFN als pandhouder eigen inningrechten heeft en dat betaling aan een gevolmachtigde als betaling aan de volmachtgever geldt. Het hof had echter onvoldoende gemotiveerd dat Nova uit gedragingen had begrepen dat IFN als gevolmachtigde handelde. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte niet had beslist over de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking. De zaak werd deels terugverwezen voor verdere beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het het beroep op artikel 3:36 BW verwierp en de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking niet behandelde, en de zaak wordt terugverwezen.