ECLI:NL:PHR:2010:BK1528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over herziening van ten onrechte gefactureerde omzetbelasting en vereiste herstelfactuur
In deze zaak gaat het om de herziening van omzetbelasting die ten onrechte door Stadeco B.V. aan de Economische Voorlichtingsdienst (EVD) in rekening is gebracht en vervolgens teruggevraagd. De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG), die bij arrest Stadeco (C-566/07) heeft geoordeeld over de toepassing van artikel 21, lid 1, onderdeel c, van de Zesde richtlijn en artikel 37 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968.
De kern van het geschil betreft de vraag of een herstelfactuur vereist is voor herziening van de ten onrechte gefactureerde btw, vooral in situaties waarin de afnemer geen recht op aftrek heeft en er geen gevaar voor verlies aan belastinginkomsten bestaat. De Hoge Raad concludeert dat het HvJ EG in het arrest Stadeco aangeeft dat het uitreiken van een herstelfactuur het gevaar voor verlies van belastinginkomsten kan uitschakelen, en dat het stellen van deze voorwaarde in complexe gevallen, zoals bij publiekrechtelijke lichamen die diensten afnemen voor niet in Nederland belastbare prestaties, gerechtvaardigd is.
De Hoge Raad benadrukt dat het enkel opstellen van een herstelfactuur zonder uitreiking aan de afnemer niet voldoende is om het gevaar voor verlies aan belastinginkomsten uit te schakelen. Daarnaast wordt bevestigd dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat Stadeco de herstelfactuur niet aan de EVD heeft uitgereikt. Ook wordt besproken dat eerdere arresten van de Hoge Raad omtrent herziening niet achterhaald zijn, maar dat het arrest Stadeco een nadere nuance aanbrengt over het gevaar voor verlies aan belastinginkomsten en de voorwaarden voor herziening.
Tot slot wordt het incidenteel beroep van belanghebbende op een hogere proceskostenvergoeding afgewezen, omdat het beroep van de staatssecretaris gegrond is en van meet af aan niet duidelijk was dat de naheffingsaanslag niet in stand kon blijven.
Uitkomst: De naheffingsaanslag is terecht opgelegd omdat Stadeco de herstelfactuur niet aan de EVD heeft uitgereikt.