ECLI:NL:PHR:2010:BH0527
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van artikel 31 Wet omzetbelasting bij overdracht van onderneming met verschillende eigenaren
De zaak betreft de vraag of artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet) van toepassing is op de overdracht van een onderneming die uit lichamelijke en onlichamelijke zaken bestaat, waarbij deze zaken door verschillende juridische eigenaren worden overgedragen en overgenomen door verschillende rechtspersonen. De fiscale eenheid die de onderneming exploiteerde, werd door faillissement verbroken en de onderneming werd in afgeslankte vorm voortgezet door een nieuwe groep vennootschappen.
De Hoge Raad oordeelt dat voor de toepassing van artikel 31 van Pro de Wet niet vereist is dat de overdracht plaatsvindt door één overdrager aan één overnemer. Het gaat om de overdracht van een samenhangend geheel van goederen en diensten die gezamenlijk een onderneming of een bedrijfsonderdeel vormen. Ook indien verschillende overdragers verschillende delen overdragen en verschillende overnemers deze delen verkrijgen, kan sprake zijn van een overgang van een algemeenheid van goederen waarop artikel 31 van Pro toepassing is.
De Hoge Raad bevestigt dat het niet-leveringsbeginsel van artikel 31 Wet Pro omzetbelasting bedoeld is om de overdracht van ondernemingen te faciliteren en dubbele belastingheffing te voorkomen. De omstandigheid dat de onderneming door verschillende rechtspersonen werd geëxploiteerd en dat de fiscale eenheid formeel was verbroken, doet niet af aan de toepassing van artikel 31. Het oordeel van het hof dat de overdrachten in onderlinge samenhang moeten worden bezien en dat sprake is van een overgang van een algemeenheid van goederen, wordt bevestigd.
Het middel van belanghebbende wordt verworpen en het beroep ongegrond verklaard. De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtspraak dat artikel 31 Wet Pro omzetbelasting ook van toepassing is bij overdracht van een onderneming met verschillende eigenaren en overnemers, mits de samenhang en bestemming tot gebruik in de onderneming behouden blijft.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en artikel 31 Wet omzetbelasting is van toepassing op de geruisloze overdracht van de onderneming ondanks verschillende eigenaren.