1 De GN is gebaseerd op de Internationale Overeenkomst betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, oftewel het Geharmoniseerd systeem, doorgaans afgekort tot GS.
2 Uit de pleitnota van belanghebbende ten behoeve van de mondelinge behandeling van de zaak bij Hof Amsterdam, blijkt dat belanghebbende de goederen heeft aangegeven in opdracht van K B.V. te Q.
3 Zie bijvoorbeeld de bij de aangifte gevoegde documentatie (bijlage 4 bij het verweerschrift van de Inspecteur in de procedure voor Rechtbank Haarlem), de aanvraag voor het monsteronderzoek (bijlage 6 bij het verweerschrift van de Inspecteur in de procedure voor Rechtbank Haarlem), het kennelijk op 29 september 2004 binnengekomen bezwaarschrift tegen de uitnodiging tot betaling (bijlage 2 bij het verweerschrift van de Inspecteur in de procedure voor Rechtbank Haarlem) en de omschrijving van het monster in de in 2.3 nader te melden brief van 13 april 2004.
4 De Inspecteur van de Belastingdienst/R.
5 Zie bijlage 1 bij het verweerschrift van de Inspecteur in de procedure voor Hof Amsterdam.
6 Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987, PB L 256, blz. 1. De voor 2004 geldende versie is te vinden in verordening (EG) nr. 1789/2003 van de Commissie van 11 september 2003, PB L 281, blz. 1-894.
7 In punt 2.15 van het verweerschrift is abusievelijk bijlage 16 vermeld.
8 De Inspecteur van de Belastingdienst/P.
9 Zie bijlage 17 bij het verweerschrift van de Inspecteur in de procedure voor Rechtbank Haarlem. ISO staat voor 'International Organization for Standardization'. Opvalt dat het bij de stukken gevoegde - Engelstalige - stuk kennelijk een concept betreft. Het stuk is blijkens de titelpagina een 'Draft international standard' voor 'Sensory analysis - Methodology - General guidance'.
10 Zie bijvoorbeeld blz. 6-7 van het hoger beroepschrift van belanghebbende.
11 Uit het dossier valt niet af te leiden wat de rechtsvorm van AA is.
12 Blijkens het hoger beroepschrift van belanghebbende en punt 5.1 van de uitspraak van het Hof, is E S.A. de leverancier/exporteur van de goederen.
13 Kennelijk zijn deze foto's genomen van het monster van het heronderzoek. Op de foto's is namelijk het kenmerk 004 zichtbaar. Dit kenmerk komt overeen met het laboratoriumnummer van het heronderzochte monster. Zie de uitslag van het heronderzoek (brief van 21 juni 2004, bijlage 11 bij het verweerschrift van de Inspecteur in de procedure voor Rechtbank Haarlem).
14 Nr. AWB 05/707, LJN: AU2066.
15 Nr. 05/1111 DK, LJN: BC0284.
16 Zie, meer uitgebreid, E.N. Punt en D.G. van Vliet, Douanerechten, Kluwer, Deventer, 2000, blz. 133.
17 Zie bijvoorbeeld HvJ EG, 22 mei 2008, Ecco Sko A/S, C-165/07, n.n.g., punt 27, HvJ EG, 18 juli 2007, Op- en Overslagbedrijf Van der Vaart, C-402/06, Jurispr. I-104, punt 19, en HvJ EG, 26 oktober 2006, Turbon International, C-250/05, Jurispr. I-10531, punt 16.
18 Tot 1994 heette de organisatie 'Internationale Douaneraad', doorgaans afgekort tot 'IDR'. Aangezien de term IDR in de praktijk nog steeds wordt gebruikt, hanteer ik in deze conclusie de afkorting IDR.
19 HvJ EG, 22 mei 2008, Ecco Sko, C-165/07, n.n.g., punt 47, HvJ EG, 18 juli 2007, Olicom, C-142/06, Jurispr. I-6675, punt 31, HvJ EG, 26 oktober 2006, Turbon International, C-250/05, Jurispr. I-10531, punt 16, HvJ EG, 11 mei 2006, Friesland Coberco Dairy Foods, C-11/05, Jurispr. I-4285, HvJ EG, 9 oktober 1997, Rank Xerox Manufacturing, C-67/95, Jurispr. I-5401, punt 17.
20 Verordening (EG) nr. 1789/2003 van de Commissie van 11 september 2003, PB L 281, blz. 1-894.
21 Welke destijds voor zover hier van belang gelijkluidend was aan de huidige tekst. Zie in dit verband het nader te bespreken arrest van het HvJ EG van 8 februari 1990, Van de Kolk, C-233/88, UTC 1990/51, waarin de post wordt aangehaald.
22 Peper geldt als kruid.
23 Verordening (EEG) nr. 3678/83 van de Commissie van 23 december 1983, PB L 366, blz. 53 en 54. Deze verordening is in werking getreden op 1 januari 1984.
24 Verordening (EEG) nr. 3400/84 van de Raad van 27 november 1984, PB L 320, blz. 1-386. Deze verordening is in werking getreden op 1 januari 1985.
25 De Raad en de Commissie hebben een ruime beoordelingsbevoegdheid om de inhoud van posten, die voor de indeling van een bepaald goed in aanmerking komen, te preciseren. Echter, deze bevoegdheid machtigt hen niet om de inhoud en de draagwijdte van de tariefposten te wijzigen. Zie bijvoorbeeld HvJ EG van 13 juli 2006, Anagram International Inc., C-14/05, Jurispr. I-6763, punt 18 en HvJ EG van 4 maart 2004, Krings GmbH, C-130/02, Jurispr. I-2121, punt 26.
26 In haar noot op het arrest van het HvJ EG van 8 februari 1990, Van de Kolk, C-233/88, UTC 1990/51 geeft Koekkoek-Koelman aan: "al met al kon de Commissie dus in bovenstaande kwestie de haar onwelgevallige jurisprudentie terzijde schuiven door een verordening uit te vaardigen."
27 Tariefcommissie, 28 juni 1988, nr. 12357 T, UTC 1988/49.
28 In dezelfde zin Koekkoek-Koelman in haar noot op Tariefcommissie, 9 juli 1990, nr. 12357 T, UTC 1990/52. Zij geeft hier aan dat "de in dat arrest (MvH: het arrest Dinter) gegeven uitleg van deze post (microscopische hoeveelheden kruiderijen voldoende) was echter na inlassing van de - geldigverklaarde - aanvullende aantekening 6a op hoofdstuk 2 voor de afbakening van de posten 02.02 B en 16.02 B I niet meer beslissend." In haar noot op het arrest van het HvJ EG van 8 februari 1990, Van de Kolk, C-233/88, UTC 1990/51 geeft zij aan dat "het hof op zijn aanvankelijk gegeven rechtsoordeel inzake de afbakening van de posten 02.02 en 16.02 terugkomt, onder meer omdat er nu een uitleggingsverordening van de Commissie is."
29 Ik chargeer hier wat.
30 Zie punt 4.3.2 van de uitspraak van Rechtbank Haarlem: "Door het Douane laboratorium is bij het monsteronderzoek en het heronderzoek geconstateerd dat op het monster met het blote oog wel peper waarneembaar was, maar dat het monster niet over de totale oppervlakte was gekruid. (...). Hieruit, (...), blijkt dat visueel duidelijk waarneembaar was dat niet werd voldaan aan het vereiste van (...) aanvullende aantekening (GN) 6a op hoofdstuk 2 van het GDT, dat het vlees over de totale oppervlakte gekruid moet zijn. (...). Eiseres heeft ook geen bewijs geproduceerd dat het vlees inwendig is gekruid. Op grond hiervan komt de rechtbank tot het oordeel dat de producten geen bereiding hebben ondergaan, die een onderzoek naar de smaak noodzakelijk maakt. Dat het Douane laboratorium desalniettemin tot een dergelijk onderzoek is overgegaan, doet aan dit oordeel niet af."
31 Inwendige kruiding lijkt mij niet met het blote oog waarneembaar.
32 De vraag is uiteraard wel wanneer kruiding duidelijk waarneembaar is aan de smaak. Gaat het daarbij om een fijnproever of een gemiddelde proever? Aan deze vraag wordt in onderhavige zaak echter niet toegekomen. Ik laat bespiegelingen hierover dan ook achterwege.
33 Wanneer als monster precies een stukje vlees wordt genomen dat niet is voorzien van kruiden, terwijl de rest van de partij dat wel is, valt de representativiteit van het monster te betwijfelen. Die situatie doet zich hier niet voor, althans de representativiteit van het monster is niet (meer) in geschil.
34 Ik roep hier in herinnering de jurisprudentie van de Tariefcommissie waarin is geoordeeld dat geen sprake is van kruiding over het gehele oppervlak indien uitsluitend aan één kant van het product peper is aangebracht. Zie Tariefcommissie, 9 juli 1990, nr. 12357T, UTC 1990/52 en Tariefcommissie, 27 december 2001, nr. 0064/98, DR 2002/24.
35 Het arrest handelde om de indeling van een zeildoek, meer specifiek over de uitlegging van aantekening 2.A.a bij hoofdstuk 59 van de GN, waarin ook het criterium 'met het blote oog waarneembaar' was opgenomen.
36 Dit kennelijk (zie punt 12 van het arrest) met het oog op het streven tot een snelle verificatie bij de inklaring te komen.
37 Kennelijk is hier een typefout in de Jurisprudentie geslopen. A-G Slynn bedoelt hier, naar ik aanneem, 'moet worden beantwoord'.
38 Ter ondersteuning van zijn oordeel verwijst het Hof naar de van de onderzochte monsters gemaakte foto's (zie punt 6.3 van de uitspraak). Ik meen dat deze foto's - die uit de aard der zaak niets over de smaak van het vlees zeggen - voldoende steun bieden voor het oordeel dat niet de gehele oppervlakte van het vlees met het blote oog waarneembaar voorzien is van kruiden.
39 In de einduitspraak van de Tariefcommissie in de zaak Van der Kolk (Tariefcommissie, 9 juli 1990, nr. 12357 T, UTC 1990/52 m.nt. Koekkoek-Koelman) oordeelde de Tariefcommissie dat het in die zaak in geding zijnde vlees niet onder hoofdstuk 16 kon worden ingedeeld omdat het vlees niet met het blote oog waarneembaar over de gehele oppervlakte was gekruid. Aan een beoordeling van een smaaktest kwam de Tariefcommissie niet toe. Uit de uitspraak van de Tariefcommissie van 28 juni 1988, nr. 12357 T, UTC 1988/49 - waarin de Tariefcommissie besluit het HvJ EG de prejudiciële vraag te stellen of aanvulllende aantekening 6a geldig is - leid ik af dat belanghebbende TNO een heronderzoek had laten uitvoeren, waarbij wel een smaaktest was gedaan. Uit de uitslag van het TNO onderzoek blijkt dat het vlees zowel gezouten als gekruid was. Echter, de heropneming (ik neem aan het verzoek om een heronderzoek uit te voeren) was niet binnen 24 uur geschied, waardoor de douane de uitslag van het heronderzoek niet in aanmerking had genomen. Ik waag te betwijfelen of de Tariefcommissie hier terecht heeft geoordeeld enkel op basis van de 'blote oog-toets'. In haar uitspraak van 27 december 2001, nr. 0064/98, DR 2002/24 oordeelde de Tariefcommissie overigens in gelijke zin. Hof Amsterdam gaat in zijn uitspraak van 22 april 2008, nr. 04/122DK, LJN: BD 2450 overigens er van uit dat wél een smaaktest moet worden uitgevoerd indien de 'blote oog toets' negatief uitvalt.
40 Zie, in dezelfde zin, punt 11 van de conclusie van A-G Tesauro voor deze zaak, opgenomen in UTC 1990/51. In de zaak Dinter, nr. 175/82, Jurispr. blz. 969 had de verwijzende rechter - het Finanzgericht Düsseldorf - gevraagd naar de criteria voor de uitvoering van een smaaktest. Aan beantwoording van die vraag kwam het HvJ EG in de zaak Dinter echter niet toe vanwege het oordeel dat microscopisch zichtbare kruiding voldoende was om vlees als gekruid aan te merken. Aanvullende aantekening 6a is eerst ná de uitspraak van het HvJ EG in de zaak Dinter in het leven geroepen. In de zaak Van der Kolk heeft de Tariefcommissie niet gevraagd naar de criteria of de uitvoering van een smaaktest.
41 Post 1602 31 11 van de GN. Voor de complete weergave van de post en -onderverdeling zie punt 5.1.7 van deze conclusie.
42 Zowel de Inspecteur als de Staatssecretaris voeren aan dat het vanwege gezondheidsrisico's niet mogelijk is rauw vlees te proeven.
43 Tot de gedingstukken behoort een kennelijk door belanghebbende tijdens de procedure voor de Rechtbank overgelegde notitie van O, World's finest meat, waarin is aangegeven dat er goede alternatieven zijn voor garing van vlees in verband met een smaaktest. Vermeld wordt sterilisatie door middel van hoge druk. Naar belanghebbende in haar beroepschrift in cassatie opmerkt zou ter zitting voor het Hof Amsterdam een uitgebreide behandeling van alternatieve sensorische analysemethoden hebben plaatsgevonden. In de uitspraak noch in het proces-verbaal van de zitting is hiervan echter iets terug te vinden.
44 ISO 6658 is samengesteld door de Technical Committee ISO/TC 34, Food products, Subcommittee SC 12, Sensory analysis. Het document mag blijkens het voorblad niet openbaar worden gemaakt.
45 Zie ook blz. 2 van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij het Hof. Blijkens het proces-verbaal heeft de Inspecteur desgevraagd verklaard dat de voor de kruiding gebruikte peper in het vlees trekt en dan niet altijd meer met het oog waarneembaar zal zijn.
46 Zie bijvoorbeeld Gerechtshof Amsterdam, 1 juni 2004, nr. P02/02644 DK, DR 2005/2, Gerechtshof Amsterdam, 25 mei 2004, nr. 00/90111 DK (voorheen nr. 0111/2000 TC), DR 2004/60, Tariefcommissie, 31 december 1999, nr. 0208/98 TC, UTC 2000/24.