ECLI:NL:PHR:2010:BD3160
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking van dubbele verzuimboete voor hetzelfde belastingtijdvak onder artikel 67c AWR
Belanghebbende, een vennootschap, heeft in het eerste kwartaal van 2004 een levering verricht en de omzetbelasting hierover aangegeven, maar de belasting niet volledig betaald. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag en een verzuimboete op wegens het niet tijdig betalen van de belasting. Later stelde de Inspecteur vast dat de belastingaangifte onjuist was, wat leidde tot een tweede naheffingsaanslag en een tweede verzuimboete over hetzelfde tijdvak.
De Rechtbank oordeelde dat de twee verzuimboeten betrekking hadden op verschillende normschendingen en dat het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing was. Het Hof vernietigde deze uitspraak en stelde dat slechts één verzuimboete per tijdvak kan worden opgelegd. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 67c, eerste lid, AWR slechts één beboetbaar feit per tijdvak bevat, namelijk het niet tijdig betalen van de verschuldigde belasting, ongeacht de oorzaak. Het ne bis in idem-beginsel is van toepassing op verzuimboeten, waardoor dubbele boetes voor hetzelfde feit niet zijn toegestaan. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Deze uitspraak verduidelijkt dat de Inspecteur bij het opleggen van boetes een keuze moet maken tussen het opleggen van een verzuimboete of een vergrijpboete voor hetzelfde feit en dat meerdere boetes voor hetzelfde betalingsverzuim niet cumulatief kunnen worden opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat slechts één verzuimboete per belastingtijdvak kan worden opgelegd op grond van artikel 67c, eerste lid, AWR, en verklaart het cassatieberoep ongegrond.