ECLI:NL:PHR:2009:BJ9436

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04330
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betekenis van door vader gemaakte kosten voor omgangsregeling bij vaststelling kinderalimentatie

De zaak betreft een cassatieberoep van de vader tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam die de alimentatieverplichting bevestigde. Het geschil draaide om de vraag of de door de vader gemaakte kosten in verband met de omgangsregeling met de kinderen in mindering moesten worden gebracht op zijn bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding.

De Hoge Raad oordeelt dat deze kosten weliswaar de draagkracht van de vader beïnvloeden, maar niet de behoefte van de kinderen. Het hof had vastgesteld dat de totale behoefte van de kinderen onbetwist 1.465 euro per maand bedraagt en dat beide ouders ieder de helft hiervan dragen. De omgangskosten zijn meegenomen bij de beoordeling van de draagkracht van de vader.

De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof niet berust op een onjuiste rechtsopvatting en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom de alimentatie niet wordt verminderd met de omgangskosten. Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de alimentatieverplichting blijft ongewijzigd.

Conclusie

08/04330
Mr L. Strikwerda
Parket, 2 okt. 2009
conclusie inzake
[De vader]
tegen
[De moeder]
Edelhoogachtbaar College,
1. Het tijdig door verzoeker tot cassatie, hierna: de vader, ingestelde cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 17 juli 2008. Bij deze beschikking heeft het hof op het hoger beroep van de vader bekrachtigd de beschikking van de rechtbank Haarlem van 13 november 2007 voor zover daarbij is bepaald dat de vader aan thans verweerster in cassatie, hierna: de moeder, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen Euro 238,- per maand per kind zal betalen.
2. Het cassatieberoep berust op één middel. De door het middel aangevoerde klachten kunnen naar mijn oordeel niet tot cassatie leiden en nopen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, zodat het cassatieberoep zich leent voor verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro. De zaak komt daarom in aanmerking voor een verkorte conclusie.
3. Centraal in het middel staat de klacht dat het hof ten onrechte en zonder toereikende motivering de kosten die de vader heeft in verband met de omgangsregeling met de kinderen niet heeft betrokken bij de vaststelling van de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen en de bepaling van het aandeel van ieder der ouders in deze kosten.
4. Deze klacht moet falen. Zij ziet eraan voorbij dat de kosten die de vader heeft in verband met de omgangsregeling met de kinderen van invloed zijn op de draagkracht van de vader, maar niet op de behoefte van de kinderen.
5. Wat de behoefte van de kinderen betreft heeft het hof - onbestreden in cassatie - overwogen dat partijen het erover eens zijn dat deze in totaal Euro 1.465,- per maand bedraagt en dat de ouders ieder de helft van dit bedrag dragen (r.o. 4.1). De rechtbank heeft vastgesteld dat de vader, de omgangskosten in aanmerking genomen, voldoende draagkracht heeft om zijn aandeel in deze kosten, te weten Euro 238,- per kind per maand, te voldoen (beschikking d.d. 13 november 2007, r.o. 2.4). Ook het hof is daarvan - eveneens onbestreden in cassatie - uitgegaan (r.o. 4.1).
6. Aldus getuigt het oordeel van het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het hof heeft overeenkomstig de wettelijke maatstaf rekening gehouden enerzijds met de behoefte van de kinderen en anderzijds met de draagkracht van de vader. Het oordeel van het hof dat geen aanleiding bestaat de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen te verminderen met de kosten die de vader heeft in verband met de omgangsregeling met de kinderen is met de overweging dat - kort gezegd - deze kosten de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder bepalen (r.o. 4.5), toereikend gemotiveerd.
De conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,