ECLI:NL:PHR:2009:BJ9305
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij overtreding Wegenverkeerswet
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een onherroepelijk vonnis van de kantonrechter Rotterdam, waarbij aanvrager bij verstek werd veroordeeld voor een overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 gepleegd op 15 februari 2003.
De herzieningsaanvraag steunt op het feit dat sprake is van persoonsverwisseling. Uit het dossier blijkt dat de overtreding werd gepleegd met een Fiat-auto met kenteken [AA-00-BB], geregistreerd op naam van een andere persoon dan aanvrager. De politie heeft bij de staandehouding onjuiste persoonsgegevens geregistreerd, wat leidde tot verwarring tussen aanvrager en een andere persoon met dezelfde achternaam en geboortedatum, maar verschillende voornamen en woonadressen.
De Hoge Raad concludeert dat de kantonrechter, indien hij bekend was geweest met deze feiten, aanvrager waarschijnlijk zou hebben vrijgesproken. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt zo nodig schorsing of opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe behandeling op grond van artikel 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling naar het gerechtshof.