ECLI:NL:PHR:2009:BJ8305
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijslastverdeling bij eigen schuld-verweer in zaak over olieverontreiniging gewassen
In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens olieverontreiniging van haar gewassen, veroorzaakt door monteurs die een met olieresten vervuilde slang gebruikten voor het afvoeren van c.v.-water. De monteurs handelden zonder toestemming en veroorzaakten daardoor schade aan het druppelsysteem en de gewassen.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof oordeelde dat de monteurs onzorgvuldig handelden en veroordeelde Edon en Cogas tot schadevergoeding, waarbij een derde van de schade wegens eigen schuld voor rekening van eiseres bleef. De Hoge Raad boog zich over de vraag hoe de bewijslast verdeeld is bij een eigen schuld-verweer ex art. 6:101 BW Pro.
De Hoge Raad bevestigde dat de bewijslast van de feitelijke grondslag van het eigen schuld-verweer op de gedaagde rust, maar dat wanneer de eiser een bevrijdend verweer voert tegen dat eigen schuld-verweer, de bewijslast daarvan op de eiser rust. Dit oordeel werd niet onbegrijpelijk geacht en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.