ECLI:NL:PHR:2009:BJ7623
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens vermoedelijke persoonsverwisseling bij veroordeling op naam van aanvrager
Aanvrager werd bij verstek veroordeeld wegens overtreding van de Opiumwet, gebaseerd op een aanhouding op 15 april 2000 waarbij de bestuurder zich op naam van aanvrager zou hebben uitgegeven. Na onherroepelijke veroordeling werd herziening gevraagd op grond van vermoedelijke persoonsverwisseling.
Getuigenverklaringen en politiegegevens wijzen erop dat niet aanvrager, maar diens broer de bestuurder was die werd aangehouden en zich valselijk op de naam van aanvrager voordeed. Er zijn verschillen in handtekeningen en eerdere incidenten waarbij de broer valse namen gebruikte. Dit leidt tot ernstige twijfel over de identiteit van de veroordeelde.
De Procureur-Generaal adviseert de Hoge Raad om de herzieningsaanvraag gegrond te verklaren, de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof voor een inhoudelijke behandeling met inachtneming van deze nieuwe feiten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof.