ECLI:NL:PHR:2009:BJ7226
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij diefstal
In deze zaak werd aanvrager door de Politierechter veroordeeld voor diefstal uit een bedrijfspand, waarbij gebruik zou zijn gemaakt van een valse sleutel. De veroordeling was mede gebaseerd op een geuridentificatieproef uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland op 13 januari 2003, waarbij een geurovereenkomst werd vastgesteld tussen de verdachte en de kluissleutel.
Echter stelde de Hoge Raad vast dat in de periode van september 1997 tot en met maart 2006 dergelijke geurproeven niet volgens voorschrift zijn uitgevoerd, omdat de hondengeleider de volgorde van de geurdragers kende. Dit leidt ertoe dat de betrouwbaarheid van deze proeven ernstig in twijfel wordt getrokken.
Gezien het ontbreken van ander overtuigend bewijs dat de verdachte bij de diefstal betrokken was, is het aannemelijk dat de Politierechter zonder de geurproef tot vrijspraak zou zijn gekomen. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond en beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting volgens art. 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor nieuwe berechting.