ECLI:NL:PHR:2009:BJ3725
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste strafoplegging bij opzettelijk Opiumwetdelict
Het gerechtshof te Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld tot vijf weken hechtenis wegens medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met verboden uit de Opiumwet. Tevens werd het inbeslaggenomen geldbedrag van €16,- aan de verdachte teruggegeven.
Namens de verdachte werd cassatie ingesteld tegen de strafoplegging. De advocaat voerde aan dat voor een opzettelijk begaan Opiumwetdelict geen hechtenis kan worden opgelegd, omdat deze straf is voorbehouden aan niet-opzettelijke overtredingen van de Opiumwet.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel slaagt. De strafoplegging is onjuist omdat hechtenis niet passend is bij een opzettelijk Opiumwetdelict. Daarnaast is de motivering van de straf onvoldoende, aangezien het hof niet heeft voldaan aan de motiveringsvereisten van artikel 359, zesde lid, Sv.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en afdoening van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd wegens onjuiste oplegging van hechtenis bij een opzettelijk Opiumwetdelict en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.