ECLI:NL:PHR:2009:BJ3682
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring van verkrachting door feitelijke dwang
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte het slachtoffer door feitelijke dwang heeft gedwongen tot seksuele handelingen. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte het slachtoffer, die in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde door vrijwillig drugsgebruik, had opgesloten in een badkamer en haar had gedwongen tot orale seks als tegenprestatie voor verstrekte cocaïne.
De verdediging voerde onder meer aan dat het slachtoffer vrijwillig handelde en dat de verklaringen van een getuige onvoldoende waren gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelde dat de waardering van bewijsmateriaal aan het hof toekomt en dat het feit dat het slachtoffer zichzelf in een staat van bewusteloosheid bracht geen vrijbrief is voor seksuele handelingen zonder toestemming.
Het hof had bovendien terecht geoordeeld dat het opsluiten van het slachtoffer in de badkamer en het afdwingen van seksuele handelingen geen vrijwillige keuze was. De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie en bevestigde het vonnis, waarbij verdachte was veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Deze uitspraak onderstreept dat feitelijke dwang, zoals opsluiting en het afdwingen van seksuele handelingen, ook bij vrijwillig drugsgebruik van het slachtoffer strafbaar is als verkrachting.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor verkrachting door feitelijke dwang met een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk.