ECLI:NL:PHR:2009:BJ3458
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en dwang tot prostitutie
Het gerechtshof te Arnhem heeft verdachte veroordeeld wegens het dwingen van een vrouw zich beschikbaar te stellen voor seksuele handelingen tegen betaling, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en misleiding, gepleegd in vereniging met anderen tussen 2000 en 2004 in Hengelo, Deventer en Arnhem.
De bewezenverklaring steunt op onder meer de gedetailleerde verklaring van het slachtoffer, die beschrijft hoe zij via manipulatie en bedreiging werd gedwongen tot prostitutie, waarbij verdachte en mededaders controle hielden over haar werkzaamheden en inkomsten. Verdachte haalde het geld af, bepaalde de werklocaties en hield toezicht.
Het cassatiemiddel betoogde dat het bewijs onvoldoende was om dwang door misbruik van feitelijk overwicht aan te tonen, maar de Hoge Raad oordeelde dat het bewijs, waaronder verklaringen en omstandigheden, voldoende is om het misbruik en de dwang te onderbouwen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de straf van acht maanden gevangenisstraf. De vordering van het slachtoffer werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte tot acht maanden gevangenisstraf wegens misbruik van feitelijke verhoudingen en dwang tot prostitutie.