ECLI:NL:PHR:2009:BJ2678
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Licentievergoeding en rente bij kwekersrecht Hypericum Elegance
In deze zaak staat centraal of een licentievergoeding verschuldigd is voor het gebruik van plantmateriaal van het ras Hypericum Elegance gedurende de periode tussen de aanvraag en de verlening van het kwekersrecht, en of contractuele rente samengesteld moet worden berekend.
[Eiseres] leverde plantmateriaal aan [verweerder] waarvoor facturen onbetaald bleven. De rechtbank en het hof wezen de vordering tot betaling van het factuurbedrag en contractuele rente toe. In hoger beroep werd onder meer betwist dat samengestelde rente verschuldigd is en of een licentievergoeding verschuldigd is terwijl het kwekersrecht niet werd verleend.
De Hoge Raad bevestigt dat contractuele rente in beginsel enkelvoudig wordt berekend tenzij anders overeengekomen. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de aanspraak op een redelijke vergoeding ingevolge art. 36a Zaaizaad- en Plantgoedwet alleen toekomt aan de aanvrager wiens aanvraag tot verlening van het kwekersrecht heeft geleid. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom een licentievergoeding verschuldigd zou zijn als het kwekersrecht niet werd verleend. De conclusie is verwerping van het primaire cassatieberoep en vernietiging van het incidentele beroep.
Uitkomst: Het primaire cassatieberoep wordt verworpen, het incidentele cassatieberoep gegrond verklaard en het arrest vernietigd voor het onderdeel licentievergoeding.