ECLI:NL:PHR:2009:BI6716
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkennend onderzoek in strafprocesrecht en toepassing art. 126gg Sv
In deze zaak stond centraal de vraag of een inventariserend onderzoek naar een restaurant kwalificeerde als een verkennend onderzoek in de zin van artikel 126gg Wetboek van Strafvordering. Het hof had geoordeeld dat dit niet het geval was, omdat het onderzoek zich beperkte tot het inventariseren van reeds bekende gegevens bij opsporingsinstanties en niet de kenmerken van een verkennend onderzoek vertoonde zoals het systematisch vastleggen van persoonsgegevens binnen een sector.
De verdediging stelde dat het onderzoek onrechtmatig was uitgevoerd zonder het vereiste bevel van de officier van justitie, en dat sprake was van een vormverzuim. De Hoge Raad bevestigde echter dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. Tevens werd toegelicht dat een inventarisatie van reeds bekende gegevens niet als verkennend onderzoek kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad liet de vraag of het verweer aan de eisen voldeed rusten, maar wees op het belang van wettelijke basis voor verkennend onderzoek vanwege mogelijke privacy-inbreuken. Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat het cassatieberoep meer dan twee jaar had geduurd, wat aanleiding gaf tot ambtshalve vermindering van de opgelegde geldboete. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt afgewezen, maar de opgelegde geldboete wordt ambtshalve verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.