ECLI:NL:PHR:2009:BI5923
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontheffing ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid moeder door psychiatrische problematiek
De zaak betreft een verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag over twee dochters van een moeder met psychiatrische problematiek. De kinderen zijn onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst in pleeggezinnen. De rechtbank en het hof hebben de ontheffing van het gezag uitgesproken vanwege de ongeschiktheid en onmacht van de moeder om voor haar kinderen te zorgen.
De moeder verzette zich in hoger beroep tegen de ontheffing, stellende dat haar psychische problemen niet zodanig zijn dat zij ongeschikt is en dat zij de kinderen nooit heeft geschaad. Het hof oordeelde echter dat de moeder door haar duurzame psychische instabiliteit geen stabiel en veilig opvoedingsklimaat kan bieden, waardoor de ontheffing gerechtvaardigd is.
De moeder stelde in cassatie onder meer dat het psychiatrisch rapport ondeugdelijk was en dat het hof onvoldoende motivering gaf. De Hoge Raad verwierp deze klachten, stellende dat de moeder in de eerdere instanties geen verweer had gevoerd tegen het rapport en dat een cassatieprocedure geen plaats biedt voor feitelijke bewijsopname. Tevens werd benadrukt dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing tijdelijke maatregelen zijn en dat ontheffing van het gezag kan worden uitgesproken indien deze onvoldoende zijn om de belangen van de kinderen te beschermen.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de moeder ongeschikt is en dat de ontheffing niet in strijd is met het belang van de kinderen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontheffing van het ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid van de moeder.