ECLI:NL:PHR:2009:BI4208
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en draagkracht onderhoudsplichtige na echtscheiding
Deze zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de vaststelling van kinderalimentatie voor hun minderjarige dochter. De vrouw had bij de rechtbank een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van € 475 per kind per maand gevorderd. De rechtbank stelde de bijdrage voor de dochter vast op € 120 per maand, uitgaande van een netto besteedbaar gezinsinkomen van ongeveer f 4.200 per maand ten tijde van het huwelijk.
De man ging in hoger beroep en verzocht het hof om de bijdrage te verlagen tot maximaal € 72 per maand. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en stelde de bijdrage vast op € 109 per maand, gebaseerd op een behoefte van € 232,53 per maand voor de dochter en een draagkrachtruimte van de man van € 235 per maand.
De man kwam in cassatie met meerdere klachten, onder meer over de vaststelling van het netto besteedbaar gezinsinkomen en zijn draagkracht, mede vanwege zijn WAO-uitkering en de beperking van zijn inkomen door mogelijke kortingen daarop. De Hoge Raad verwierp deze klachten, oordeelde dat het hof terecht uitging van het inkomen ten tijde van het huwelijk en dat de draagkracht van de man redelijk was vastgesteld. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de vaststelling van kinderalimentatie van € 109 per maand blijft in stand.