ECLI:NL:PHR:2009:BI3895
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op noodweer wegens disproportionele verdediging
Op 10 mei 2006 vond een incident plaats te Eindhoven waarbij verdachte een persoon heeft geslagen, wat letsel veroorzaakte. Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij handelde uit noodweer nadat hij door het slachtoffer was aangevallen met een klap op de borst. Het hof erkende de noodweersituatie maar oordeelde dat de reactie van verdachte, een vuistslag in het gezicht, disproportioneel was en verwierp het beroep op noodweer.
De Hoge Raad herhaalt de relevante criteria voor noodweer en proportionaliteit, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De Raad constateert dat het hof onvoldoende inzicht gaf in zijn motivering omtrent de proportionaliteitseis. Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat het oordeel begrijpelijk is, mede gelet op de ernst van een vuistslag in het gezicht ten opzichte van een klap op de borst.
Het cassatiemiddel faalt omdat het hof terecht heeft geoordeeld dat de gekozen wijze van verdediging niet in redelijke verhouding stond tot de ernst van de aanranding. De Hoge Raad bevestigt daarmee de veroordeling van verdachte wegens mishandeling en handhaaft de opgelegde straf en schadevergoedingsverplichting.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens mishandeling en wijst het beroep op noodweer af vanwege disproportionaliteit.