ECLI:NL:PHR:2009:BI3456
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontneming van de schone lei wegens benadeling van schuldeisers vóór toelating schuldsaneringsregeling
De zaak betreft een verzoek tot ontneming van de schone lei aan [verzoeker] op grond van artikel 358a Faillissementswet, nadat hij een schadevergoeding van €90.756,04 had ontvangen en deze niet had gebruikt om schulden te voldoen. De rechtbank en het hof Arnhem bevestigden dat benadeling van schuldeisers vóór toelating tot de schuldsaneringsregeling kan leiden tot ontneming van de schone lei.
[Verzoeker] had erkend de schadevergoeding direct na ontvangst te hebben opgenomen en te hebben gebruikt voor persoonlijke uitgaven, waaronder gokken, en ontkende dat er nog een restant was bij aanvang van de regeling. De Hoge Raad oordeelde dat ontneming van de schone lei ook mogelijk is indien de benadeling van schuldeisers plaatsvond vóór de toelating tot de schuldsaneringsregeling, mits deze feiten ten tijde van de toelating niet bekend waren bij de rechter.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie en wetsgeschiedenis die bevestigen dat de wettelijke regeling ruimte laat voor tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van kwade trouw die vóór toelating bestond. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee de eerdere beslissingen standhouden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat ontneming van de schone lei mogelijk is indien schuldenaar vóór toelating schuldeisers benadeelde.