ECLI:NL:PHR:2009:BI3451
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over vrijstelling overstappassagiers in Nederlandse vliegbelasting en staatssteun
Deze zaak betreft een geschil over de Nederlandse vliegbelasting, ingevoerd per 1 juli 2008, waarbij overstappassagiers (transferpassagiers) zijn vrijgesteld van heffing. Maastricht Aachen Airport B.V. (MAA) en Ryanair stelden dat deze vrijstelling staatssteun inhoudt ten gunste van Schiphol en Air France-KLM, en vorderden opschorting van de heffing totdat de Europese Commissie hierover een eindbeslissing zou nemen.
De rechtbank en het gerechtshof verwierpen deze vorderingen, stellende dat de vrijstelling niet onmiskenbaar in strijd is met het EG-recht en niet onrechtmatige staatssteun vormt. Het hof oordeelde dat de vrijstelling een algemene maatregel is die openstaat voor alle luchthavens en luchtvaartmaatschappijen, en dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat Schiphol of Air France-KLM hierdoor selectief worden bevoordeeld.
De Hoge Raad bevestigt dat de vrijstelling niet onmiskenbaar staatssteun is en dat de heffing niet onrechtmatig is. De Raad benadrukt dat de beoordeling van staatssteun mede moet plaatsvinden in de bodemprocedure, waarbij uitgebreid bewijs kan worden geleverd. Tevens wordt geoordeeld dat de vrijstelling voortvloeit uit de aard en opzet van de vliegbelasting als milieubelasting en dat het voorkomen van dubbele belasting en het beschermen van de mainportfunctie van Schiphol belangrijke overwegingen zijn. De zaak onderstreept de complexiteit van het staatssteunrecht bij milieubelastingen en de noodzaak van een zorgvuldige toetsing van selectiviteit en begunstiging.
Uitkomst: De vrijstelling van overstappassagiers in de Nederlandse vliegbelasting vormt niet onmiskenbaar staatssteun en de heffing is niet onrechtmatig.