ECLI:NL:PHR:2009:BI3436
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over exequatur en betekening in EEX-verordening zaak tussen PwC en Dax Archiving Solutions
In deze zaak verzocht PricewaterhouseCoopers (PwC) exequatur op Duitse vonnissen van het Landgericht Frankfurt tegen Dax Archiving Solutions B.V. De rechtbank Haarlem wees het verzoek af omdat Dax niet tijdig en op juiste wijze was betekend, en omdat certificaten ontbraken voor herstelbeslissingen. PwC stelde cassatie in tegen deze afwijzing.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de rechtbank dat Dax en "Dax Archiving Solutions Chess Dax B.V." niet dezelfde partij zijn, onbegrijpelijk is. PwC had voldoende gesteld dat het om dezelfde partij ging, en het Duitse Landgericht had dit ook vastgesteld. Daarnaast is geoordeeld dat voor herstelbeslissingen geen afzonderlijk certificaat vereist is omdat deze niet vatbaar zijn voor tenuitvoerlegging.
De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor nader onderzoek naar de vraag of de betekening van het procesinleidend stuk aan Dax tijdig en adequaat heeft plaatsgevonden en of Dax in staat is geweest rechtsmiddelen aan te wenden. Hierbij wordt ook gewezen op de jurisprudentie en de eisen van de EEX-Verordening omtrent betekening en rechtsmiddelen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor nader onderzoek.