ECLI:NL:PHR:2009:BI2034
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep bij verstreken termijn machtiging ondertoezichtstelling
De moeder stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage die de ondertoezichtstelling en de duur van de machtiging tot plaatsing van haar minderjarige kind in een pleeggezin verlengde tot 30 augustus 2008.
Het cassatieberoep was gericht tegen de bekrachtiging van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 29 oktober 2007. De Raad voor de Kinderbescherming, als verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad oordeelde dat de geldigheidsduur van de ondertoezichtstelling op 30 augustus 2008 was verstreken. Hierdoor had de moeder geen belang meer bij haar cassatieberoep en kon zij niet ontvankelijk worden verklaard. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep van de moeder.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door het verstrijken van de machtigingstermijn.