ECLI:NL:PHR:2009:BI1009
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewezenverklaring bedreiging met openlijk geweld wegens ontbreken wettig bewijs
In deze zaak stond de vraag centraal of sprake was van bedreiging met openlijk geweld zoals bedoeld in art. 285 Sr Pro, waarbij het hof had geoordeeld dat verdachte samen met een ander het slachtoffer had bedreigd met openlijk geweld. De bedreiging hield in dat men met vier personen zou terugkomen om het slachtoffer in elkaar te schoppen.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'openlijk geweld' in de zin van art. 285 Sr Pro dezelfde betekenis heeft als in art. 141 Sr Pro, namelijk geweld dat zich onverholen en niet-heimelijk openbaart en daardoor de openbare orde aantast. Het is niet vereist dat er publiek aanwezig is op het moment van het geweld, maar het geweld moet wel plaatsvinden op een plaats waar normaal publiek aanwezig is.
In casu vond het geweld en de bedreiging plaats in de woning van het slachtoffer, een besloten plaats waar doorgaans geen publiek aanwezig is en het geweld niet van buitenaf waarneembaar is. Hierdoor ontbrak het ordeverstorende karakter dat vereist is voor openlijk geweld. De bedreiging hield niet in dat het geweld openlijk zou worden gepleegd, ook niet gezien het reeds gepleegde geweld.
Daarom kon het hof niet met voldoende wettig bewijs vaststellen dat sprake was van bedreiging met openlijk geweld. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het dit onderdeel betreft en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. Tevens werd opgemerkt dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, hetgeen gevolgen kan hebben voor de strafoplegging.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd voor het onderdeel bedreiging met openlijk geweld en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.