ECLI:NL:PHR:2009:BI0858
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij diefstal
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een veroordeling voor diefstal door twee of meer verenigde personen, gepleegd in juli 2003 op een bedrijfsterrein. De aanvrager werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf en een schadevergoedingsmaatregel.
De herzieningsaanvraag is gebaseerd op het feit dat de geuridentificatieproef, uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, niet volgens het vastgestelde protocol is uitgevoerd. Uit intern onderzoek bleek dat tussen september 1997 en maart 2006 regelmatig niet conform protocol werd gewerkt, waardoor de resultaten onvoldoende betrouwbaar zijn als bewijs.
De Hoge Raad stelt dat bij dergelijke onregelmatigheden het resultaat van de geurproef niet als betrouwbaar bewijs kan gelden. Omdat het dossier behalve de geurproef geen ander bewijsmateriaal bevat dat de betrokkenheid van de aanvrager aantoont, is er een ernstig vermoeden dat het Gerechtshof zonder de geurproef tot vrijspraak zou zijn gekomen.
Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, schorst indien nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting conform art. 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar het Gerechtshof.