ECLI:NL:PHR:2009:BH8850
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks beperkte schending Duitse soevereiniteit bij aanhouding
Deze strafzaak betreft de aanhouding van verdachte door Nederlandse Marechausseeleden, waarbij verdachte zich enige tijd op Duits grondgebied bevond. Verdachte werd in een Nederlands arrestantenvoertuig geplaatst en onderging onderzoekshandelingen door Nederlandse ambtenaren. De verdediging voerde aan dat de schending van Duitse soevereiniteit leidde tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM).
De politierechter en het gerechtshof verwierpen dit verweer, stellende dat de schending van Duitse soevereiniteit beperkt was en niet bedoeld was om verdachte te benadelen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat een schending van soevereiniteit niet automatisch leidt tot schending van rechten van verdachte die niet-ontvankelijkheid rechtvaardigt.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad bezwaren tegen de rechtsgeldigheid van een noodverordening van de burgemeester van Onderbanken en de bekrachtiging daarvan door de Commissaris van de Koningin. De Hoge Raad oordeelt dat de bekrachtiging geen besluit van algemene strekking is en dat mandatering van ondertekening in dit geval toelaatbaar was. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot een voorwaardelijke geldboete van 240 euro blijft in stand.