ECLI:NL:PHR:2009:BH8670
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevordering huurders wegens gederfd huurgenot door boom in buurttuin
De zaak betreft een geschil tussen twee huurders en hun verhuurder, de Amsterdamse Coöperatieve Woningvereeniging "Samenwerking". De huurders klaagden over een esdoorn in de tuin van een naastgelegen woning die volgens hen hun licht, zicht en zon ontnam, wat het huurgenot aantastte. Ondanks herhaalde klachten werd de boom pas na het verkrijgen van een kapvergunning in 2002 verwijderd.
De huurders vorderden een verklaring voor recht dat de verhuurder tekort was geschoten in haar verplichting tot het verschaffen van ongestoord huurgenot en eisten schadevergoeding naar rato van het gederfde huurgenot. De rechtbank en het hof wezen deze vordering af omdat onvoldoende was gesteld om een ontoelaatbare mate van hinder te onderbouwen.
De Hoge Raad bevestigt dat het oordeel van het hof, dat onvoldoende feiten zijn aangevoerd om de beweringen van ernstige hinder te onderbouwen, binnen de beoordelingsmarge van de feitenrechter valt en niet voor cassatie vatbaar is. Ook werd geoordeeld dat de verhuurder geen onderzoeksplicht had zolang er geen serieuze klachten waren die een dergelijk onderzoek rechtvaardigden.
De Hoge Raad wijst de cassatieklacht af en bevestigt daarmee de afwijzing van de schadevordering van de huurders wegens gederfd huurgenot door de aanwezigheid van de esdoorn.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de schadevordering van de huurders wegens gederfd huurgenot af wegens onvoldoende onderbouwing van ontoelaatbare hinder.