ECLI:NL:PHR:2009:BH7362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt alimentatiebeoordeling bij vermogen en behoefte man
In deze zaak staat de vraag centraal of het hof terecht heeft geoordeeld dat de man, ondanks zijn stelling dat hij in 2006 een negatief inkomen uit vermogen had, in staat is om circa €300 netto per maand uit zijn vermogen te genereren ten behoeve van zijn levensonderhoud.
De rechtbank had het verzoek van de man om partneralimentatie afgewezen, omdat hij met zijn inkomen uit uitkeringen en vermogen in zijn behoefte kon voorzien. Het hof vernietigde deze beschikking en stelde de alimentatie vast op €516 bruto per maand, waarbij het de behoefte van de man op €1.227 netto per maand stelde en zijn inkomen uit uitkeringen op €599 netto per maand.
De man stelde in cassatie dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat hij een inkomen uit vermogen kon genereren, terwijl hij dit onvoldoende had onderbouwd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende inzicht had verkregen in de vermogenspositie van de man en dat het hof de vrijheid heeft om aan de omstandigheden betekenis toe te kennen bij de alimentatievaststelling.
Het cassatieberoep faalt, omdat het hof zijn taak als appelrechter had vervuld door het geschil volledig te herbeoordelen en zelfstandig het inkomen uit vermogen te bepalen. Er zijn geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zodat het beroep wordt verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het hofarrest bevestigd dat zijn behoefte aan alimentatie op circa €300 netto per maand wordt vastgesteld.