ECLI:NL:PHR:2009:BH6283
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over oproeping en geneeskundige verklaring bij voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis
In deze zaak heeft de officier van justitie bij de rechtbank een voorlopige machtiging gevraagd om betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis op te nemen. De rechtbank heeft de machtiging verleend na een mondelinge behandeling waarbij betrokkene en zijn raadsvrouwe zijn gehoord. Betrokkene klaagde in cassatie over de korte oproepingstermijn, het gebrek aan contact vooraf met zijn raadsvrouwe en de toelaatbaarheid van de geneeskundige verklaring waarop de machtiging was gebaseerd.
De Hoge Raad overweegt dat in Bopz-zaken de oproeping anders kan verlopen dan in gewone burgerlijke zaken en dat het doel van de oproeping – het in de gelegenheid stellen van betrokkene om gehoord te worden – is bereikt. De korte termijn en het ontbreken van voorafgaand overleg met de raadsvrouwe zijn niet onrechtmatig, zeker niet omdat geen verzoek tot schorsing is gedaan.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat een geneeskundige verklaring waarbij de psychiater betrokkene niet persoonlijk heeft onderzocht, toelaatbaar is indien de psychiater dit gemotiveerd heeft en gebruik heeft gemaakt van andere informatiebronnen zoals het medisch dossier. De rechtbank heeft dit zorgvuldig beoordeeld en voldoende gemotiveerd. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorlopige machtiging tot opname blijft in stand.