ECLI:NL:PHR:2009:BH5767

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12120
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROWet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling innerlijke tegenstrijdigheid in strafmotivering bij ontzegging rijbevoegdheid

De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig zoals vereist volgens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Het hof legde een hechtenis van twee weken op en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor zes maanden, waarvan de ontzegging voorwaardelijk werd opgelegd met een proeftijd van twee jaar.

Namens de verdachte werd cassatieberoep ingesteld met het middel dat het arrest innerlijk tegenstrijdig zou zijn omdat het hof enerzijds de ontzegging voorwaardelijk oplegde, maar anderzijds in de motivering een onvoorwaardelijke ontzegging passend achtte. De Hoge Raad constateert dat sprake is van een kennelijke misslag in de formulering van het hof en leest de motivering zodanig dat de ontzegging voorwaardelijk is bedoeld.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel geen feitelijke grondslag heeft en dat de strafoplegging in overeenstemming is met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder eerdere veroordelingen voor hetzelfde feit. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de opgelegde hechtenis en voorwaardelijke ontzegging rijbevoegdheid.

Conclusie

Nr. 07/12120
Mr. Knigge
Zitting: 10 maart 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. De verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam zitting houdende te Arnhem wegens "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden" veroordeeld tot hechtenis voor de duur van twee weken en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van twee jaren.
2. Namens de verdachte heeft mr. S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel bevat de klacht dat het Hof een innerlijk tegenstrijdig arrest heeft gewezen nu het Hof in zijn strafmotivering heeft bepaald dat de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voorwaardelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd en voorts heeft overwogen een onvoorwaardelijke ontzegging passend en geboden te achten.
4. Het Hof heeft als volgt overwogen.
"Opgelegde straf en vermelding van de bijzondere redenen die de straf hebben bepaald.
Veroordeelt verdachte tot een hechtenis voor de duur van 2 (twee) weken.
Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Deze strafoplegging is in overeenstemming met de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft bij zijn straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van voormelde duur leiden- dat verdachte blijkens het uittreksel uit haar justitiële documentatie reeds twee keer eerder voor hetzelfde feit is veroordeeld, beide keren voor twee overtredingen en beide keren tot geldboetes. Ondanks deze veroordelingen heeft verdachte zich opnieuw aan dit feit schuldig gemaakt. Het hof acht daarom thans, haar persoonlijke belangen ten spijt, een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van voormelde duur passend en geboden."
5. In het aantekening verkort arrest was opgenomen.
"STRAF EN/OF MAATREGEL
Veroordeelt verdachte tot hechtenis voor de duur van 2 (twee) weken. Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden. Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt."
6. Gezien het bovenstaande lijkt mij dat sprake is van een kennelijke misslag en dat de zin aan het slot van de overweging betreffende de opgelegde straf van het Hof gelezen moet worden als "Het hof acht daarom thans, haar persoonlijke belangen ten spijt, een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van voormelde duur passend en geboden."
7. De desbetreffende overweging van het Hof dient in de hiervoor bedoelde zin verbeterd te worden gelezen, waardoor aan het middel (dat mijns inziens ook nog eens redelijk belang mist) de feitelijke grondslag komt te ontvallen.(1)
8. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie bijvoorbeeld: Hoge Raad 12 juni 2007, LJN BA2566.