ECLI:NL:PHR:2009:BH5707
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste bewezenverklaring poging tot uitvoer van softdrugs
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, met betrekking tot de uitvoer van ongeveer 200 kilogram weed.
Het hof had geoordeeld dat de gedragingen van verdachte en zijn mededaders gericht waren op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf om 200 kg weed buiten Nederland te brengen. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof dit oordeel niet met redenen heeft omkleed en dat uit de bewijsmiddelen slechts blijkt van een poging tot uitvoer van 40,5 kg weed, niet van 200 kg.
De Hoge Raad stelt dat de uitvoer van de resterende hoeveelheid in de fase van plannenmakerij is blijven steken en dat concrete afspraken over de volledige hoeveelheid ontbraken. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof onjuist heeft gemotiveerd door te verwijzen naar latere veroordelingen van verdachte die niet uit het dossier blijken.
Verder wordt geoordeeld dat de verdediging onvoldoende is geïnformeerd over aanvullende processen-verbaal, waardoor het eerste middel slaagt. De Hoge Raad vernietigt het arrest en zal een passende beslissing nemen op basis van art. 440 Sv Pro.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd wegens onjuiste bewezenverklaring en gebrekkige motivering.