ECLI:NL:PHR:2009:BH3181
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen uitlevering wegens verjaring van straf volgens artikel 10 EUV
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van de Republiek Macedonië aan Nederland voor de executie van een gevangenisstraf van één jaar en zes maanden, opgelegd door de rechtbank te Kumanovo op 5 september 2002. De straf werd definitief op 7 oktober 2002 en kon tot 7 oktober 2008 worden uitgevoerd.
De rechtbank Maastricht verklaarde de uitlevering in augustus 2008 gedeeltelijk toelaatbaar en gedeeltelijk ontoelaatbaar. Later bleek uit een brief van een Macedonische rechter dat de straf definitief verjaard was, waardoor uitvoering niet meer mogelijk was. Op grond van artikel 10 EUV Pro, dat uitlevering verbiedt wanneer de straf verjaard is, concludeerde de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad dat de uitlevering ontoelaatbaar is.
De Hoge Raad werd verzocht de beslissing van de rechtbank te vernietigen en de uitlevering zonder nader feitelijk onderzoek ontoelaatbaar te verklaren. De conclusie was dat er een beletsel was opgetreden na de toelaatbaarverklaring door de rechtbank, waardoor uitlevering niet langer mogelijk is. De zaak werd daarmee beëindigd zonder verdere inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering ontoelaatbaar wegens verjaring van de straf.