ECLI:NL:PHR:2009:BH3181

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03901 U
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 EUVArt. 111 lid 5 Strafwet MacedoniëArt. 109 lid 5 Strafwet Macedonië
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen uitlevering wegens verjaring van straf volgens artikel 10 EUV

De zaak betreft een uitleveringsverzoek van de Republiek Macedonië aan Nederland voor de executie van een gevangenisstraf van één jaar en zes maanden, opgelegd door de rechtbank te Kumanovo op 5 september 2002. De straf werd definitief op 7 oktober 2002 en kon tot 7 oktober 2008 worden uitgevoerd.

De rechtbank Maastricht verklaarde de uitlevering in augustus 2008 gedeeltelijk toelaatbaar en gedeeltelijk ontoelaatbaar. Later bleek uit een brief van een Macedonische rechter dat de straf definitief verjaard was, waardoor uitvoering niet meer mogelijk was. Op grond van artikel 10 EUV Pro, dat uitlevering verbiedt wanneer de straf verjaard is, concludeerde de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad dat de uitlevering ontoelaatbaar is.

De Hoge Raad werd verzocht de beslissing van de rechtbank te vernietigen en de uitlevering zonder nader feitelijk onderzoek ontoelaatbaar te verklaren. De conclusie was dat er een beletsel was opgetreden na de toelaatbaarverklaring door de rechtbank, waardoor uitlevering niet langer mogelijk is. De zaak werd daarmee beëindigd zonder verdere inhoudelijke behandeling.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering ontoelaatbaar wegens verjaring van de straf.

Conclusie

Nr. 08/03901 U
Mr. Machielse
Zitting 10 februari 2009
Conclusie inzake:
[Opgeëiste persoon]
1. De Rechtbank Maastricht heeft op 29 augustus 2008 de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Macedonië (Skopje) ontoelaatbaar verklaard voorzover het verzoek betrekking had op een executie-uitlevering en toelaatbaar verklaard voor zover het de verzochte vervolgingsuitlevering betrof.
2. Mr. J.H.J. Köhler, advocaat te Maastricht, heeft onbeperkt cassatie ingesteld.(1) Mr. P.M.S. Dijks, advocaat te Maastricht, heeft een schriftuur ingezonden, houdende vier middelen van cassatie.
3. Bij vonnis van vijf september 2002 is de opgeëiste persoon voor diefstal met geweld door de rechtbank in eerste aanleg te Kumanovo veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar en zes maanden. Het uitleveringsverzoek dateert van 9 mei 2008.
4.1. Naar mijn mening behoeven de voorgestelde middelen geen bespreking vanwege het volgende. Op 18 december 2008 heeft de steller van het middel aan de Hoge Raad een brief verzonden waarin verwezen wordt naar een schrijven van de autoriteiten van Macedonië waaruit zou blijken dat de straf, opgelegd bij vonnis van zijn september 2002, definitief niet meer kan worden tenuitvoerlegging omdat de straf is verjaard. De advocaat verwees naar een beschikking van de rechtbank Maastricht inhoudende de afwijzing van de verlenging van de gevangenhouding, welke afwijzing haar grond vindt in informatie van de autoriteiten van Macedonië over de onmogelijkheid het vonnis in Macedonië nog ten uitvoer te leggen.
4.2. Die informatie is vervat in een bijlage bij een bericht van 9 december 2008, afkomstig van het ministerie van justitie van de Republiek Macedonië. De bijlage bestaat in een brief aan dat ministerie van Lenka Babamovska, rechter in de rechtbank te Kumanovo, waarin deze rechter schrijft dat tenuitvoerlegging van het vonnis van 5 september 2002 door verjaring onmogelijk is geworden:
"In this concrete case has occurred absolute statute of limitation on 07 October 2008 for enforcement of the sentence imprisonment for 1 year and 6 months, pronounced by the verdict of the Primary Court in Kumanovo K.no.540/00 dated 05 September 2002, final since 07 October 2008, against the sentenced person [opgeëiste persoon], pursuant to article 111 para 5, read with para 1 of the Criminal Code, where is stated that statute of limitation will occur in every case if pass twice a time that is required according to the law for statute of limitations for enforcement of the sentence, and the period commencing since the day when the verdict became fïnal.
The verdict of the Primary Court in Kumanovo K.no.540/00 dated 05 September 2002, by which to the sentenced person [opgeëiste persoon] was pronounced sentence imprisonment for period of 1 year and 6 months, became final on 07 October 2002, since when passed period of 6 years where it was possible to be enforced above mentioned sentence imprisonment, more precisely the sentence imprisonment could be enforced until 07 October 2008.
Even though during the procedure were undertaken activities which ceased the period for relative statute of limitation determined by the article 109 para 5 of the Criminal Code, more precisely period of 3 years, still enforcement of the sentence cannot be performed because it passed twice a time required by the law for statute of limitation."
4.3. Artikel 10 van Pro het EUV heeft de volgende inhoud:
"Extradition shall not be granted when the person claimed has, according to the law of either the requesting or the requested Party, become immune by reason of lapse of time from prosecution or punishment."
Ook Macedonië is partij bij het EUV.
4.4. Het voorgaande brengt mij tot de slotsom dat na de beslissing van de rechtbank tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering er een beletsel is opgetreden.
4.5. Het komt mij het meest praktisch voor wanneer de Hoge Raad de beslissing van de rechtbank zou vernietigen en zonder nader feitelijk onderzoek de uitlevering ter vervolging i.v.m. het vonnis van 5 september 2002 ontoelaatbaar zou verklaren. Second best is de vernietiging van de bestreden beslissing, gevolgd door een feitelijke behandeling door de Hoge Raad, waartoe de opgeëiste persoon, zijn advocaat en een tolk zullen moeten worden opgeroepen.
Overigens houd ik mij gereed voor de bespreking van de voorgestelde cassatiemiddelen, mocht de Hoge Raad daar prijs op stellen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing en primair tot ontoelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering, subsidiair tot bepaling van een rechtsdag voor de feitelijke behandeling, waartoe de opgeëiste persoon, zijn advocaat en tolk zullen dienen te worden opgeroepen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Ik ga ervan uit dat het beroep niet is gericht tegen de ontoelaatbaarverklaring van de uitlevering voor de executie van het vonnis van de rechtbank te Kumanovo van 5 september 2002.