ECLI:NL:PHR:2009:BH3151
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid bank voor onrechtmatige daad bij creditering pseudo-cheques
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de bank schade had geleden door het onrechtmatig handelen van CRB, OBF en een werknemer van de bank met betrekking tot de creditering van pseudo-cheques. CRB en OBF hadden cheques aangeboden die later als kasopnameformulieren werden aangemerkt, waarna de bank de rekeningen van CRB en OBF crediteerde onder voorbehoud. De bedragen werden overgemaakt naar rekeningen van Maaspop c.s., die daarmee betalingen aan derden deden.
De rechtbank wees de vorderingen van de bank af, maar het Hof 's-Gravenhage vernietigde dit en stelde de bank in het gelijk. Het Hof oordeelde dat hoewel de bank niet direct benadeeld was door de creditering, wel sprake was van benadeling doordat Maaspop c.s. de kredietruimte gebruikte om betalingen te verrichten waardoor het geld buiten bereik van de bank kwam.
De Hoge Raad verwierp de klachten van de tegenpartij over de causaliteit en de bewijslast, en bevestigde dat het causaal verband tussen de crediteringen en de benadeling niet werd verbroken door mogelijke andere oorzaken. De Hoge Raad concludeerde dat de klachten niet ontvankelijk waren of onvoldoende waren gemotiveerd, en verwierp het beroep van de tegenpartij. Daarmee bleef het arrest van het Hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het Hof waarin de bank werd toegewezen schadevergoeding wegens onrechtmatige daad.