ECLI:NL:PHR:2009:BH1435
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over verboden kansspelen en de interpretatie van 'publiek' en 'bedrijfsmatig' handelen
In deze zaak stond verdachte terecht wegens het feitelijk leidinggeven aan een vereniging die zonder vergunning gelegenheid bood tot kansspelen zoals roulette, poker en blackjack. De vereniging was alleen toegankelijk voor leden en niet voor het algemene publiek. Verdachte werd veroordeeld voor overtredingen van de Wet op de Kansspelen (Wks), maar kreeg geen straf opgelegd.
De verdediging voerde aan dat de kansspelen niet aan het publiek werden aangeboden en dat er geen sprake was van bedrijfsmatig handelen, omdat de vereniging een ideëel doel had en geen winst nastreefde. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat 'bedrijfsmatig' handelen ook kan worden aangenomen bij geregeld en stelselmatig gelegenheid geven tot kansspelen, ongeacht winstbejag.
De Hoge Raad bevestigde dat het begrip 'publiek' in de tenlastelegging niet strikt hoeft te worden uitgelegd als het algemene publiek, maar ook kan slaan op niet-personeelsleden die aanwezig zijn. Tevens werd bevestigd dat opzet niet vereist dat verdachte het strafbare karakter van zijn handelen kende, maar dat opzet op de bestanddelen van het delict voldoende is. Het beroep op afwezigheid van alle schuld voor de periode vóór 6 maart 2002 werd erkend, maar sluit opzet niet uit.
De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen en constateerde dat de redelijke termijn was overschreden, waarbij verdachte het met een rechterlijk pardon moest doen. De uitspraak bevestigt dat verboden kansspelen ook binnen besloten verenigingen strafbaar zijn wanneer deze geregeld en stelselmatig worden georganiseerd zonder vergunning.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan verboden kansspelen zonder vergunning, maar kreeg geen straf opgelegd vanwege rechterlijk pardon.