ECLI:NL:PHR:2009:BH0049
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzending van dierlijke bijproducten zonder gezondheidscertificaat in strijd met EG-verordening
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld voor het medeplegen van een overtreding van artikel 19 van Pro de Landbouwwet, omdat hij in december 2003 dierlijke bijproducten (pluimveemest) zonder het vereiste gezondheidscertificaat naar België had verzonden. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze veroordeling, met name gericht op de uitleg van het begrip 'vergezellen' in artikel 8 lid 3 van Pro Verordening (EG) 1774/2002 en de verbindendheid van deze verordening.
De Hoge Raad oordeelde dat het gezondheidscertificaat zich van meet af aan bij het transport moet bevinden, omdat het doelmatig toezicht op de naleving van de verordening vereist dat het certificaat reeds bij de verzending aanwezig is. De tekst van de verordening en de overwegingen spreken dit uitdrukkelijk tegen het standpunt dat het certificaat pas bij het passeren van de grens aanwezig hoeft te zijn.
Voorts verwierp de Hoge Raad het verweer dat de verordening onverbindend zou zijn vanwege de toepassing van een andere verordening (EVOA). Beide verordeningen kunnen naast elkaar bestaan en zijn van toepassing op verschillende aspecten van het grensoverschrijdend transport van mest. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot een boete van €7.500,- wordt gehandhaafd.