ECLI:NL:PHR:2009:BG9919
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervangende toestemming erkenning kind door gehuwde man
De zaak betreft een verzoek van een man om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van een kind, terwijl hij volgens de moeder en eigen erkenning gehuwd is met een andere vrouw in de Dominicaanse Republiek. De moeder is ongehuwd en heeft het kind aangegeven, zonder vadervermelding. De man stelt de biologische vader te zijn, maar de moeder weigert medewerking aan erkenning.
De rechtbank verklaarde het verzoek van de man niet-ontvankelijk op grond van art. 1:204 lid 1 sub e BW Pro, omdat hij gehuwd is. Dit oordeel werd bevestigd door het hof, dat oordeelde dat het buitenlandse huwelijk rechtsgeldig is en erkend wordt in Nederland zonder inschrijving in het Nederlandse huwelijksregister.
De man stelde in hoger beroep dat het verbod discriminatoir is en dat het huwelijk alleen geldt als het in Nederland is gesloten of erkend, maar deze gronden werden niet ontvankelijk verklaard of verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat het buitenlandse huwelijk rechtsgeldig is en dat het verzoek terecht is afgewezen. De cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning van het kind door de gehuwde man wordt afgewezen wegens het geldige buitenlandse huwelijk.