ECLI:NL:PHR:2009:BG9151
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over beslag op auto en toepassing artikel 94 Sv bij wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam het beklag van klager tegen de inbeslagname van zijn auto ongegrond verklaard. De auto was in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro, dat inbeslagneming toestaat van voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen, alsmede voorwerpen die verbeurdverklaring kunnen ondergaan.
Klager stelde dat de auto geen verband hield met de ten laste gelegde feiten en dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat de rechter verbeurdverklaring zou uitspreken. De officier van justitie stelde dat er een vervolging wegens overtreding van de Opiumwet zou volgen en dat verbeurdverklaring of ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel geëist zou worden.
De rechtbank oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter de auto zou verbeurdverklaren, en dat het strafvorderlijk belang zich daarom tegen teruggave verzette. De Hoge Raad constateert dat de motivering van de rechtbank beknopt is en dat het beter was geweest om duidelijker aan te geven op welke stukken het oordeel was gebaseerd. Desondanks acht de Hoge Raad de motivering, gelet op het summiere karakter van de procedure, toereikend en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de auto blijft gehandhaafd.