ECLI:NL:PHR:2009:BG6595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beschikking buiten behandeling laten hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de voorzitter van het gerechtshof die het hoger beroep van de verdachte buiten behandeling heeft gelaten. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot een geldboete wegens het opzettelijk niet voldoen aan een ambtelijk bevel. Volgens artikel 445 Sv Pro staat beroep in cassatie tegen beschikkingen alleen open in de gevallen die het wetboek bepaalt. Omdat het wetboek geen bepaling bevat die cassatie openstelt tegen een beschikking van de voorzitter op grond van artikel 410a lid 4 Sv, is het cassatieberoep niet ontvankelijk.
De verdediging voerde aan dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen doorbroken moet worden vanwege schending van fundamentele rechtsbeginselen, waaronder het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro en artikel 14 lid 5 IVBPR Pro. De Hoge Raad overweegt dat het openstellen van rechtsmiddelen buiten de wettelijke regeling valt buiten de rechtsvormende taak van de rechter en aan de wetgever moet worden overgelaten.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bevestigd dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen als uitputtend moet worden beschouwd en dat uitzonderingen daarop niet worden gemaakt in strafzaken. De conclusie is dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep en dat de middelen niet hoeven te worden besproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen de beschikking van de voorzitter geen cassatieberoep openstaat.